Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Vormen

vormen = formar, constituir

Infinitivo
vormen
Pasado
vormde · vormden
Perfecto
heeft gevormd

Respuesta rápida

Vormen significa formar, constituir. Pasado: vormde (singular) y vormden (plural). Participio: gevormd, con hebben: ik heb gevormd.

Practica vormen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvorm
jijvormt
hij/zij/hetvormt
wijvormen
jullievormen
zijvormen

Pasado (verleden tijd)

ikvormde
jijvormde
hij/zij/hetvormde
wijvormden
jullievormden
zijvormden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gevormd
jijhebt gevormd
hij/zij/hetheeft gevormd
wijhebben gevormd
julliehebben gevormd
zijhebben gevormd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gevormd
jijhad gevormd
hij/zij/hethad gevormd
wijhadden gevormd
julliehadden gevormd
zijhadden gevormd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal vormen
jijzult vormen
hij/zij/hetzal vormen
wijzullen vormen
julliezullen vormen
zijzullen vormen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vormen
jijzou vormen
hij/zij/hetzou vormen
wijzouden vormen
julliezouden vormen
zijzouden vormen

Practica vormen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

vormen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Deze kinderen samen een kleine band.

  2. Pasado

    Vroeger wij elke vrijdag een rij bij de bakker.

  3. Oración subordinada

    Ik zie dat de wolken boven het huis een grote cirkel .

  4. Presente

    Jij met deze woorden een mooie zin.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es vorm. En el infinitivo vormen hay una m antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (vormde, vormden) y el participio termina en -d (gevormd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij vormt, pero vorm jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de vormen?

vormde (ik, jij, hij/zij/het) y vormden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de vormen?

gevormd, con hebben: ik heb gevormd.

¿El verbo vormen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gevormd, hij heeft gevormd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.