Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Vormen conjugation

vormen = to form, constitute

Infinitive
vormen
Past
vormde · vormden
Perfect
heeft gevormd

Quick answer

Vormen means to form, constitute. Past tense: vormde (singular) and vormden (plural). Past participle: gevormd, with hebben: ik heb gevormd.

Practise vormen

Present (tegenwoordige tijd)

ikvorm
jijvormt
hij/zij/hetvormt
wijvormen
jullievormen
zijvormen

Past (verleden tijd)

ikvormde
jijvormde
hij/zij/hetvormde
wijvormden
jullievormden
zijvormden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gevormd
jijhebt gevormd
hij/zij/hetheeft gevormd
wijhebben gevormd
julliehebben gevormd
zijhebben gevormd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gevormd
jijhad gevormd
hij/zij/hethad gevormd
wijhadden gevormd
julliehadden gevormd
zijhadden gevormd

Future (toekomende tijd)

ikzal vormen
jijzult vormen
hij/zij/hetzal vormen
wijzullen vormen
julliezullen vormen
zijzullen vormen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vormen
jijzou vormen
hij/zij/hetzou vormen
wijzouden vormen
julliezouden vormen
zijzouden vormen

Practise vormen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is vorm. The infinitive vormen has m before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (vormde, vormden) and the participle ends in -d (gevormd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij vormt, but vorm jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vormen?

vormde (ik, jij, hij/zij/het) and vormden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vormen?

gevormd, with hebben: ik heb gevormd.

Is vormen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gevormd, hij heeft gevormd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.