Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel C1 · Regular

Conjugación de Wenden

wenden = girar

Infinitivo
wenden
Pasado
wendde · wendden
Perfecto
heeft gewend

Respuesta rápida

Wenden significa girar. Pasado: wendde (singular) y wendden (plural). Participio: gewend, con hebben: ik heb gewend.

Practica wenden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwend
jijwendt
hij/zij/hetwendt
wijwenden
julliewenden
zijwenden

Pasado (verleden tijd)

ikwendde
jijwendde
hij/zij/hetwendde
wijwendden
julliewendden
zijwendden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gewend
jijhebt gewend
hij/zij/hetheeft gewend
wijhebben gewend
julliehebben gewend
zijhebben gewend

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gewend
jijhad gewend
hij/zij/hethad gewend
wijhadden gewend
julliehadden gewend
zijhadden gewend

Futuro (toekomende tijd)

ikzal wenden
jijzult wenden
hij/zij/hetzal wenden
wijzullen wenden
julliezullen wenden
zijzullen wenden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wenden
jijzou wenden
hij/zij/hetzou wenden
wijzouden wenden
julliezouden wenden
zijzouden wenden

Practica wenden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

wenden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De minister zich met een verzoek tot de Kamer.

  2. Pasado

    Zij zich tot haar advocaat voor hulp.

  3. Pretérito perfecto

    Wij ons met die vraag tot de directeur .

  4. Oración subordinada

    Hij belde de gemeente omdat hij zich tot hen wilde.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es wend. En el infinitivo wenden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (wendde, wendden) y el participio termina en -d (gewend).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij wendt, pero wend jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de wenden?

wendde (ik, jij, hij/zij/het) y wendden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de wenden?

gewend, con hebben: ik heb gewend.

¿El verbo wenden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gewend, hij heeft gewend.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.