Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Doorlezen conjugation

doorlezen = to read through

Infinitive
doorlezen
Past
las door · lazen door
Perfect
heeft doorgelezen

Quick answer

Doorlezen means to read through. Past tense: las door (singular) and lazen door (plural). Past participle: doorgelezen, with hebben: ik heb doorgelezen.

Practise doorlezen

Present (tegenwoordige tijd)

iklees door
jijleest door
hij/zij/hetleest door
wijlezen door
jullielezen door
zijlezen door

Past (verleden tijd)

iklas door
jijlas door
hij/zij/hetlas door
wijlazen door
jullielazen door
zijlazen door

Perfect (voltooide tijd)

ikheb doorgelezen
jijhebt doorgelezen
hij/zij/hetheeft doorgelezen
wijhebben doorgelezen
julliehebben doorgelezen
zijhebben doorgelezen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad doorgelezen
jijhad doorgelezen
hij/zij/hethad doorgelezen
wijhadden doorgelezen
julliehadden doorgelezen
zijhadden doorgelezen

Future (toekomende tijd)

ikzal doorlezen
jijzult doorlezen
hij/zij/hetzal doorlezen
wijzullen doorlezen
julliezullen doorlezen
zijzullen doorlezen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou doorlezen
jijzou doorlezen
hij/zij/hetzou doorlezen
wijzouden doorlezen
julliezouden doorlezen
zijzouden doorlezen

Doorlezen is a separable verb

In a main clause door goes to the end (ik lees door). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik doorlees). Participle: doorgelezen.

Main clauseik lees door
Questionlees jij door?
Subordinate clause… dat ik doorlees
With a modal verbik wil doorlezen
Perfect tenseik heb doorgelezen
With om ... teom door te lezen
Imperativelees door!

Separable verbs: rules and checker

Practise doorlezen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: doorlezen, las door, doorgelezen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix door goes to the end: ik lees door. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik doorlees, ... dat ik doorlas.
  • In the participle, ge goes between the two parts: doorgelezen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of doorlezen?

las door (ik, jij, hij/zij/het) and lazen door (wij, jullie, zij).

What is the past participle of doorlezen?

doorgelezen, with hebben: ik heb doorgelezen.

Is doorlezen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb doorgelezen, hij heeft doorgelezen.

Is doorlezen a separable verb?

Yes. In a main clause door goes to the end (ik lees door), in a subordinate clause it stays attached (dat ik doorlees). Participle: doorgelezen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.