Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afgaan
afgaan = to go off, decline
- Hele werkwoord
- afgaan
- Verleden tijd
- ging af · gingen af
- Voltooide tijd
- is afgegaan
Kort antwoord
Afgaan is in het Engels to go off, decline. Verleden tijd: ging af (enkelvoud) en gingen af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgegaan, met zijn: ik ben afgegaan.
Oefen afgaanTegenwoordige tijd
| ik | ga af |
| jij | gaat af |
| hij/zij/het | gaat af |
| wij | gaan af |
| jullie | gaan af |
| zij | gaan af |
Verleden tijd
| ik | ging af |
| jij | ging af |
| hij/zij/het | ging af |
| wij | gingen af |
| jullie | gingen af |
| zij | gingen af |
Voltooide tijd
| ik | ben afgegaan |
| jij | bent afgegaan |
| hij/zij/het | is afgegaan |
| wij | zijn afgegaan |
| jullie | zijn afgegaan |
| zij | zijn afgegaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | was afgegaan |
| jij | was afgegaan |
| hij/zij/het | was afgegaan |
| wij | waren afgegaan |
| jullie | waren afgegaan |
| zij | waren afgegaan |
Toekomende tijd
| ik | zal afgaan |
| jij | zult afgaan |
| hij/zij/het | zal afgaan |
| wij | zullen afgaan |
| jullie | zullen afgaan |
| zij | zullen afgaan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afgaan |
| jij | zou afgaan |
| hij/zij/het | zou afgaan |
| wij | zouden afgaan |
| jullie | zouden afgaan |
| zij | zouden afgaan |
Afgaan is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik ga af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afga). Voltooid deelwoord: afgegaan.
| Hoofdzin | ik ga af |
| Vraag | ga jij af? |
| Bijzin | … dat ik afga |
| Met een modaal werkwoord | ik wil afgaan |
| Voltooide tijd | ik ben afgegaan |
| Met om ... te | om af te gaan |
| Gebiedende wijs | ga af! |
Oefen afgaan
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
afgaan in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: afgaan, ging af, afgegaan.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik ga af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afga, ... dat ik afging.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgegaan.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben afgegaan, niet ik heb afgegaan.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afgaan?
ging af (ik, jij, hij/zij/het) en gingen af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afgaan?
afgegaan, met zijn: ik ben afgegaan.
Gebruik je afgaan met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben afgegaan, hij is afgegaan.
Is afgaan een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik ga af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afga). Voltooid deelwoord: afgegaan.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.