Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Vastlopen conjugation

vastlopen = to get stuck

Infinitive
vastlopen
Past
liep vast · liepen vast
Perfect
is vastgelopen

Quick answer

Vastlopen means to get stuck. Past tense: liep vast (singular) and liepen vast (plural). Past participle: vastgelopen, with zijn: ik ben vastgelopen.

Practise vastlopen

Present (tegenwoordige tijd)

ikloop vast
jijloopt vast
hij/zij/hetloopt vast
wijlopen vast
jullielopen vast
zijlopen vast

Past (verleden tijd)

ikliep vast
jijliep vast
hij/zij/hetliep vast
wijliepen vast
jullieliepen vast
zijliepen vast

Perfect (voltooide tijd)

ikben vastgelopen
jijbent vastgelopen
hij/zij/hetis vastgelopen
wijzijn vastgelopen
julliezijn vastgelopen
zijzijn vastgelopen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas vastgelopen
jijwas vastgelopen
hij/zij/hetwas vastgelopen
wijwaren vastgelopen
julliewaren vastgelopen
zijwaren vastgelopen

Future (toekomende tijd)

ikzal vastlopen
jijzult vastlopen
hij/zij/hetzal vastlopen
wijzullen vastlopen
julliezullen vastlopen
zijzullen vastlopen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vastlopen
jijzou vastlopen
hij/zij/hetzou vastlopen
wijzouden vastlopen
julliezouden vastlopen
zijzouden vastlopen

Vastlopen is a separable verb

In a main clause vast goes to the end (ik loop vast). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik vastloop). Participle: vastgelopen.

Main clauseik loop vast
Questionloop jij vast?
Subordinate clause… dat ik vastloop
With a modal verbik wil vastlopen
Perfect tenseik ben vastgelopen
With om ... teom vast te lopen
Imperativeloop vast!

Separable verbs: rules and checker

Practise vastlopen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vastlopen, liep vast, vastgelopen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix vast goes to the end: ik loop vast. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik vastloop, ... dat ik vastliep.
  • In the participle, ge goes between the two parts: vastgelopen.
  • Perfect tense with zijn: ik ben vastgelopen, not ik heb vastgelopen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vastlopen?

liep vast (ik, jij, hij/zij/het) and liepen vast (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vastlopen?

vastgelopen, with zijn: ik ben vastgelopen.

Is vastlopen used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben vastgelopen, hij is vastgelopen.

Is vastlopen a separable verb?

Yes. In a main clause vast goes to the end (ik loop vast), in a subordinate clause it stays attached (dat ik vastloop). Participle: vastgelopen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.