Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afkoelen
afkoelen = to cool down
- Hele werkwoord
- afkoelen
- Verleden tijd
- koelde af · koelden af
- Voltooide tijd
- heeft / is afgekoeld
Kort antwoord
Afkoelen is in het Engels to cool down. Verleden tijd: koelde af (enkelvoud) en koelden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgekoeld, met hebben / zijn: ik heb / ben afgekoeld.
Oefen afkoelenTegenwoordige tijd
| ik | koel af |
| jij | koelt af |
| hij/zij/het | koelt af |
| wij | koelen af |
| jullie | koelen af |
| zij | koelen af |
Verleden tijd
| ik | koelde af |
| jij | koelde af |
| hij/zij/het | koelde af |
| wij | koelden af |
| jullie | koelden af |
| zij | koelden af |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben afgekoeld |
| jij | hebt / bent afgekoeld |
| hij/zij/het | heeft / is afgekoeld |
| wij | hebben / zijn afgekoeld |
| jullie | hebben / zijn afgekoeld |
| zij | hebben / zijn afgekoeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was afgekoeld |
| jij | had / was afgekoeld |
| hij/zij/het | had / was afgekoeld |
| wij | hadden / waren afgekoeld |
| jullie | hadden / waren afgekoeld |
| zij | hadden / waren afgekoeld |
Toekomende tijd
| ik | zal afkoelen |
| jij | zult afkoelen |
| hij/zij/het | zal afkoelen |
| wij | zullen afkoelen |
| jullie | zullen afkoelen |
| zij | zullen afkoelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afkoelen |
| jij | zou afkoelen |
| hij/zij/het | zou afkoelen |
| wij | zouden afkoelen |
| jullie | zouden afkoelen |
| zij | zouden afkoelen |
Afkoelen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik koel af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afkoel). Voltooid deelwoord: afgekoeld.
| Hoofdzin | ik koel af |
| Vraag | koel jij af? |
| Bijzin | … dat ik afkoel |
| Met een modaal werkwoord | ik wil afkoelen |
| Voltooide tijd | ik heb / ben afgekoeld |
| Met om ... te | om af te koelen |
| Gebiedende wijs | koel af! |
Oefen afkoelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
afkoelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is koel. In koelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (koelde, koelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgekoeld).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik koel af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afkoel, ... dat ik afkoelde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgekoeld.
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb de soep in de koelkast afgekoeld. De soep is snel afgekoeld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afkoelen?
koelde af (ik, jij, hij/zij/het) en koelden af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afkoelen?
afgekoeld, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb de soep in de koelkast afgekoeld. De soep is snel afgekoeld.
Gebruik je afkoelen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb de soep in de koelkast afgekoeld. De soep is snel afgekoeld.
Is afkoelen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik koel af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afkoel). Voltooid deelwoord: afgekoeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.