Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Afspelen

afspelen = to play or happen

Hele werkwoord
afspelen
Verleden tijd
speelde af · speelden af
Voltooide tijd
heeft afgespeeld

Kort antwoord

Afspelen is in het Engels to play or happen. Verleden tijd: speelde af (enkelvoud) en speelden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgespeeld, met hebben: ik heb afgespeeld.

Oefen afspelen

Tegenwoordige tijd

ikspeel af
jijspeelt af
hij/zij/hetspeelt af
wijspelen af
julliespelen af
zijspelen af

Verleden tijd

ikspeelde af
jijspeelde af
hij/zij/hetspeelde af
wijspeelden af
julliespeelden af
zijspeelden af

Voltooide tijd

ikheb afgespeeld
jijhebt afgespeeld
hij/zij/hetheeft afgespeeld
wijhebben afgespeeld
julliehebben afgespeeld
zijhebben afgespeeld

Voltooid verleden tijd

ikhad afgespeeld
jijhad afgespeeld
hij/zij/hethad afgespeeld
wijhadden afgespeeld
julliehadden afgespeeld
zijhadden afgespeeld

Toekomende tijd

ikzal afspelen
jijzult afspelen
hij/zij/hetzal afspelen
wijzullen afspelen
julliezullen afspelen
zijzullen afspelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou afspelen
jijzou afspelen
hij/zij/hetzou afspelen
wijzouden afspelen
julliezouden afspelen
zijzouden afspelen

Afspelen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik speel af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afspeel). Voltooid deelwoord: afgespeeld.

Hoofdzinik speel af
Vraagspeel jij af?
Bijzin… dat ik afspeel
Met een modaal werkwoordik wil afspelen
Voltooide tijdik heb afgespeeld
Met om ... teom af te spelen
Gebiedende wijsspeel af!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen afspelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

afspelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het verhaal zich in Amsterdam .

  2. Verleden tijd

    De film zich in de jaren zestig .

  3. Voltooide tijd

    Het ongeluk zich gisteren op de snelweg .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is speel. In spelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (speelde, speelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgespeeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik speel af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afspeel, ... dat ik afspeelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgespeeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van afspelen?

speelde af (ik, jij, hij/zij/het) en speelden af (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van afspelen?

afgespeeld, met hebben: ik heb afgespeeld.

Gebruik je afspelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb afgespeeld, hij heeft afgespeeld.

Is afspelen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik speel af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afspeel). Voltooid deelwoord: afgespeeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.