Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afspelen
afspelen = to play or happen
- Hele werkwoord
- afspelen
- Verleden tijd
- speelde af · speelden af
- Voltooide tijd
- heeft afgespeeld
Kort antwoord
Afspelen is in het Engels to play or happen. Verleden tijd: speelde af (enkelvoud) en speelden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgespeeld, met hebben: ik heb afgespeeld.
Oefen afspelenTegenwoordige tijd
| ik | speel af |
| jij | speelt af |
| hij/zij/het | speelt af |
| wij | spelen af |
| jullie | spelen af |
| zij | spelen af |
Verleden tijd
| ik | speelde af |
| jij | speelde af |
| hij/zij/het | speelde af |
| wij | speelden af |
| jullie | speelden af |
| zij | speelden af |
Voltooide tijd
| ik | heb afgespeeld |
| jij | hebt afgespeeld |
| hij/zij/het | heeft afgespeeld |
| wij | hebben afgespeeld |
| jullie | hebben afgespeeld |
| zij | hebben afgespeeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had afgespeeld |
| jij | had afgespeeld |
| hij/zij/het | had afgespeeld |
| wij | hadden afgespeeld |
| jullie | hadden afgespeeld |
| zij | hadden afgespeeld |
Toekomende tijd
| ik | zal afspelen |
| jij | zult afspelen |
| hij/zij/het | zal afspelen |
| wij | zullen afspelen |
| jullie | zullen afspelen |
| zij | zullen afspelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afspelen |
| jij | zou afspelen |
| hij/zij/het | zou afspelen |
| wij | zouden afspelen |
| jullie | zouden afspelen |
| zij | zouden afspelen |
Afspelen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik speel af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afspeel). Voltooid deelwoord: afgespeeld.
| Hoofdzin | ik speel af |
| Vraag | speel jij af? |
| Bijzin | … dat ik afspeel |
| Met een modaal werkwoord | ik wil afspelen |
| Voltooide tijd | ik heb afgespeeld |
| Met om ... te | om af te spelen |
| Gebiedende wijs | speel af! |
Oefen afspelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
afspelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is speel. In spelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (speelde, speelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgespeeld).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik speel af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afspeel, ... dat ik afspeelde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgespeeld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afspelen?
speelde af (ik, jij, hij/zij/het) en speelden af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afspelen?
afgespeeld, met hebben: ik heb afgespeeld.
Gebruik je afspelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb afgespeeld, hij heeft afgespeeld.
Is afspelen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik speel af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afspeel). Voltooid deelwoord: afgespeeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.