Niveau B2 · Regelmatig, niet scheidbaar
Vervoeging van Benoemen
benoemen = to appoint, to name
- Hele werkwoord
- benoemen
- Verleden tijd
- benoemde · benoemden
- Voltooide tijd
- heeft benoemd
Kort antwoord
Benoemen is in het Engels to appoint, to name. Verleden tijd: benoemde (enkelvoud) en benoemden (meervoud). Voltooid deelwoord: benoemd, met hebben: ik heb benoemd.
Oefen benoemenTegenwoordige tijd
| ik | benoem |
| jij | benoemt |
| hij/zij/het | benoemt |
| wij | benoemen |
| jullie | benoemen |
| zij | benoemen |
Verleden tijd
| ik | benoemde |
| jij | benoemde |
| hij/zij/het | benoemde |
| wij | benoemden |
| jullie | benoemden |
| zij | benoemden |
Voltooide tijd
| ik | heb benoemd |
| jij | hebt benoemd |
| hij/zij/het | heeft benoemd |
| wij | hebben benoemd |
| jullie | hebben benoemd |
| zij | hebben benoemd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had benoemd |
| jij | had benoemd |
| hij/zij/het | had benoemd |
| wij | hadden benoemd |
| jullie | hadden benoemd |
| zij | hadden benoemd |
Toekomende tijd
| ik | zal benoemen |
| jij | zult benoemen |
| hij/zij/het | zal benoemen |
| wij | zullen benoemen |
| jullie | zullen benoemen |
| zij | zullen benoemen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou benoemen |
| jij | zou benoemen |
| hij/zij/het | zou benoemen |
| wij | zouden benoemen |
| jullie | zouden benoemen |
| zij | zouden benoemen |
Benoemen is niet scheidbaar
Het voorvoegsel be- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik benoem, dat ik benoem), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: benoemd.
| Hoofdzin | ik benoem |
| Vraag | benoem jij? |
| Bijzin | … dat ik benoem |
| Met een modaal werkwoord | ik wil benoemen |
| Voltooide tijd | ik heb benoemd |
| Met om ... te | om te benoemen |
| Gebiedende wijs | benoem! |
Oefen benoemen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
benoemen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is benoem. In benoemen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (benoemde, benoemden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (benoemd).
- Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: benoemd.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij benoemt, maar benoem jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van benoemen?
benoemde (ik, jij, hij/zij/het) en benoemden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van benoemen?
benoemd, met hebben: ik heb benoemd.
Gebruik je benoemen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb benoemd, hij heeft benoemd.
Is benoemen een scheidbaar werkwoord?
Nee. Het voorvoegsel be- gaat bij benoemen nooit los (ik benoem, dat ik benoem), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: benoemd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.