Level A2 · Regular, separable
Opgroeien conjugation
opgroeien = to grow up
- Infinitive
- opgroeien
- Past
- groeide op · groeiden op
- Perfect
- is opgegroeid
Quick answer
Opgroeien means to grow up. Past tense: groeide op (singular) and groeiden op (plural). Past participle: opgegroeid, with zijn: ik ben opgegroeid.
Practise opgroeienPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | groei op |
| jij | groeit op |
| hij/zij/het | groeit op |
| wij | groeien op |
| jullie | groeien op |
| zij | groeien op |
Past (verleden tijd)
| ik | groeide op |
| jij | groeide op |
| hij/zij/het | groeide op |
| wij | groeiden op |
| jullie | groeiden op |
| zij | groeiden op |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | ben opgegroeid |
| jij | bent opgegroeid |
| hij/zij/het | is opgegroeid |
| wij | zijn opgegroeid |
| jullie | zijn opgegroeid |
| zij | zijn opgegroeid |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | was opgegroeid |
| jij | was opgegroeid |
| hij/zij/het | was opgegroeid |
| wij | waren opgegroeid |
| jullie | waren opgegroeid |
| zij | waren opgegroeid |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal opgroeien |
| jij | zult opgroeien |
| hij/zij/het | zal opgroeien |
| wij | zullen opgroeien |
| jullie | zullen opgroeien |
| zij | zullen opgroeien |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou opgroeien |
| jij | zou opgroeien |
| hij/zij/het | zou opgroeien |
| wij | zouden opgroeien |
| jullie | zouden opgroeien |
| zij | zouden opgroeien |
Opgroeien is a separable verb
In a main clause op goes to the end (ik groei op). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik opgroei). Participle: opgegroeid.
| Main clause | ik groei op |
| Question | groei jij op? |
| Subordinate clause | … dat ik opgroei |
| With a modal verb | ik wil opgroeien |
| Perfect tense | ik ben opgegroeid |
| With om ... te | om op te groeien |
| Imperative | groei op! |
Practise opgroeien
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is groei. The infinitive groeien has i before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (groeide, groeiden) and the participle ends in -d (opgegroeid).
- Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik groei op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik opgroei, ... dat ik opgroeide.
- In the participle, ge goes between the two parts: opgegroeid.
- Perfect tense with zijn: ik ben opgegroeid, not ik heb opgegroeid.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of opgroeien?
groeide op (ik, jij, hij/zij/het) and groeiden op (wij, jullie, zij).
What is the past participle of opgroeien?
opgegroeid, with zijn: ik ben opgegroeid.
Is opgroeien used with hebben or zijn?
With zijn: ik ben opgegroeid, hij is opgegroeid.
Is opgroeien a separable verb?
Yes. In a main clause op goes to the end (ik groei op), in a subordinate clause it stays attached (dat ik opgroei). Participle: opgegroeid.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.