Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Blussen
blussen = to extinguish
- Hele werkwoord
- blussen
- Verleden tijd
- bluste · blusten
- Voltooide tijd
- heeft geblust
Kort antwoord
Blussen is in het Engels to extinguish. Verleden tijd: bluste (enkelvoud) en blusten (meervoud). Voltooid deelwoord: geblust, met hebben: ik heb geblust.
Oefen blussenTegenwoordige tijd
| ik | blus |
| jij | blust |
| hij/zij/het | blust |
| wij | blussen |
| jullie | blussen |
| zij | blussen |
Verleden tijd
| ik | bluste |
| jij | bluste |
| hij/zij/het | bluste |
| wij | blusten |
| jullie | blusten |
| zij | blusten |
Voltooide tijd
| ik | heb geblust |
| jij | hebt geblust |
| hij/zij/het | heeft geblust |
| wij | hebben geblust |
| jullie | hebben geblust |
| zij | hebben geblust |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geblust |
| jij | had geblust |
| hij/zij/het | had geblust |
| wij | hadden geblust |
| jullie | hadden geblust |
| zij | hadden geblust |
Toekomende tijd
| ik | zal blussen |
| jij | zult blussen |
| hij/zij/het | zal blussen |
| wij | zullen blussen |
| jullie | zullen blussen |
| zij | zullen blussen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou blussen |
| jij | zou blussen |
| hij/zij/het | zou blussen |
| wij | zouden blussen |
| jullie | zouden blussen |
| zij | zouden blussen |
Oefen blussen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
blussen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is blus. In blussen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (bluste, blusten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geblust).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij blust, maar blus jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van blussen?
bluste (ik, jij, hij/zij/het) en blusten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van blussen?
geblust, met hebben: ik heb geblust.
Gebruik je blussen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geblust, hij heeft geblust.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.