Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Blussen

blussen = to extinguish

Hele werkwoord
blussen
Verleden tijd
bluste · blusten
Voltooide tijd
heeft geblust

Kort antwoord

Blussen is in het Engels to extinguish. Verleden tijd: bluste (enkelvoud) en blusten (meervoud). Voltooid deelwoord: geblust, met hebben: ik heb geblust.

Oefen blussen

Tegenwoordige tijd

ikblus
jijblust
hij/zij/hetblust
wijblussen
jullieblussen
zijblussen

Verleden tijd

ikbluste
jijbluste
hij/zij/hetbluste
wijblusten
jullieblusten
zijblusten

Voltooide tijd

ikheb geblust
jijhebt geblust
hij/zij/hetheeft geblust
wijhebben geblust
julliehebben geblust
zijhebben geblust

Voltooid verleden tijd

ikhad geblust
jijhad geblust
hij/zij/hethad geblust
wijhadden geblust
julliehadden geblust
zijhadden geblust

Toekomende tijd

ikzal blussen
jijzult blussen
hij/zij/hetzal blussen
wijzullen blussen
julliezullen blussen
zijzullen blussen

Voorwaardelijke wijs

ikzou blussen
jijzou blussen
hij/zij/hetzou blussen
wijzouden blussen
julliezouden blussen
zijzouden blussen

Oefen blussen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

blussen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De brandweerman het vuur met veel water.

  2. Verleden tijd

    Ik de kaarsen voordat ik naar bed ging.

  3. Voltooide tijd

    De buren de brand snel .

  4. Bijzin

    Het huis bleef staan omdat de brandweer de brand snel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is blus. In blussen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (bluste, blusten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geblust).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij blust, maar blus jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van blussen?

bluste (ik, jij, hij/zij/het) en blusten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van blussen?

geblust, met hebben: ik heb geblust.

Gebruik je blussen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geblust, hij heeft geblust.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.