Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Gloeien conjugation

gloeien = to glow

Infinitive
gloeien
Past
gloeide · gloeiden
Perfect
heeft gegloeid

Quick answer

Gloeien means to glow. Past tense: gloeide (singular) and gloeiden (plural). Past participle: gegloeid, with hebben: ik heb gegloeid.

Practise gloeien

Present (tegenwoordige tijd)

ikgloei
jijgloeit
hij/zij/hetgloeit
wijgloeien
julliegloeien
zijgloeien

Past (verleden tijd)

ikgloeide
jijgloeide
hij/zij/hetgloeide
wijgloeiden
julliegloeiden
zijgloeiden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gegloeid
jijhebt gegloeid
hij/zij/hetheeft gegloeid
wijhebben gegloeid
julliehebben gegloeid
zijhebben gegloeid

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gegloeid
jijhad gegloeid
hij/zij/hethad gegloeid
wijhadden gegloeid
julliehadden gegloeid
zijhadden gegloeid

Future (toekomende tijd)

ikzal gloeien
jijzult gloeien
hij/zij/hetzal gloeien
wijzullen gloeien
julliezullen gloeien
zijzullen gloeien

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou gloeien
jijzou gloeien
hij/zij/hetzou gloeien
wijzouden gloeien
julliezouden gloeien
zijzouden gloeien

Practise gloeien

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is gloei. The infinitive gloeien has i before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (gloeide, gloeiden) and the participle ends in -d (gegloeid).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij gloeit, but gloei jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of gloeien?

gloeide (ik, jij, hij/zij/het) and gloeiden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of gloeien?

gegloeid, with hebben: ik heb gegloeid.

Is gloeien used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gegloeid, hij heeft gegloeid.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.