Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Borrelen

borrelen = to have drinks

Hele werkwoord
borrelen
Verleden tijd
borrelde · borrelden
Voltooide tijd
heeft geborreld

Kort antwoord

Borrelen is in het Engels to have drinks. Verleden tijd: borrelde (enkelvoud) en borrelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geborreld, met hebben: ik heb geborreld.

Oefen borrelen

Tegenwoordige tijd

ikborrel
jijborrelt
hij/zij/hetborrelt
wijborrelen
jullieborrelen
zijborrelen

Verleden tijd

ikborrelde
jijborrelde
hij/zij/hetborrelde
wijborrelden
jullieborrelden
zijborrelden

Voltooide tijd

ikheb geborreld
jijhebt geborreld
hij/zij/hetheeft geborreld
wijhebben geborreld
julliehebben geborreld
zijhebben geborreld

Voltooid verleden tijd

ikhad geborreld
jijhad geborreld
hij/zij/hethad geborreld
wijhadden geborreld
julliehadden geborreld
zijhadden geborreld

Toekomende tijd

ikzal borrelen
jijzult borrelen
hij/zij/hetzal borrelen
wijzullen borrelen
julliezullen borrelen
zijzullen borrelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou borrelen
jijzou borrelen
hij/zij/hetzou borrelen
wijzouden borrelen
julliezouden borrelen
zijzouden borrelen

Oefen borrelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

borrelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij vrijdagmiddag altijd even met collega's in het café.

  2. Verleden tijd

    Na het werk ik gisteren nog even met Sanne.

  3. Bijzin

    Het was gezellig, toen wij op het terras .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij vanavond toch ook mee in de stad?

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is borrel. In borrelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (borrelde, borrelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geborreld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij borrelt, maar borrel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van borrelen?

borrelde (ik, jij, hij/zij/het) en borrelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van borrelen?

geborreld, met hebben: ik heb geborreld.

Gebruik je borrelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geborreld, hij heeft geborreld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.