Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Breien

breien = to knit

Hele werkwoord
breien
Verleden tijd
breide · breiden
Voltooide tijd
heeft gebreid

Kort antwoord

Breien is in het Engels to knit. Verleden tijd: breide (enkelvoud) en breiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gebreid, met hebben: ik heb gebreid.

Oefen breien

Tegenwoordige tijd

ikbrei
jijbreit
hij/zij/hetbreit
wijbreien
julliebreien
zijbreien

Verleden tijd

ikbreide
jijbreide
hij/zij/hetbreide
wijbreiden
julliebreiden
zijbreiden

Voltooide tijd

ikheb gebreid
jijhebt gebreid
hij/zij/hetheeft gebreid
wijhebben gebreid
julliehebben gebreid
zijhebben gebreid

Voltooid verleden tijd

ikhad gebreid
jijhad gebreid
hij/zij/hethad gebreid
wijhadden gebreid
julliehadden gebreid
zijhadden gebreid

Toekomende tijd

ikzal breien
jijzult breien
hij/zij/hetzal breien
wijzullen breien
julliezullen breien
zijzullen breien

Voorwaardelijke wijs

ikzou breien
jijzou breien
hij/zij/hetzou breien
wijzouden breien
julliezouden breien
zijzouden breien

Oefen breien

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

breien in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn oma elke avond een sjaal.

  2. Verleden tijd

    Ik vroeger vaak sokken voor mijn zus.

  3. Voltooide tijd

    Zij een warme trui voor de baby .

  4. Bijzin

    Ze gaat vaak naar de bibliotheek als ze niet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is brei. In breien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (breide, breiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gebreid).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij breit, maar brei jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van breien?

breide (ik, jij, hij/zij/het) en breiden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van breien?

gebreid, met hebben: ik heb gebreid.

Gebruik je breien met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebreid, hij heeft gebreid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.