Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Bukken

bukken = to bend down

Hele werkwoord
bukken
Verleden tijd
bukte · bukten
Voltooide tijd
heeft gebukt

Kort antwoord

Bukken is in het Engels to bend down. Verleden tijd: bukte (enkelvoud) en bukten (meervoud). Voltooid deelwoord: gebukt, met hebben: ik heb gebukt.

Oefen bukken

Tegenwoordige tijd

ikbuk
jijbukt
hij/zij/hetbukt
wijbukken
julliebukken
zijbukken

Verleden tijd

ikbukte
jijbukte
hij/zij/hetbukte
wijbukten
julliebukten
zijbukten

Voltooide tijd

ikheb gebukt
jijhebt gebukt
hij/zij/hetheeft gebukt
wijhebben gebukt
julliehebben gebukt
zijhebben gebukt

Voltooid verleden tijd

ikhad gebukt
jijhad gebukt
hij/zij/hethad gebukt
wijhadden gebukt
julliehadden gebukt
zijhadden gebukt

Toekomende tijd

ikzal bukken
jijzult bukken
hij/zij/hetzal bukken
wijzullen bukken
julliezullen bukken
zijzullen bukken

Voorwaardelijke wijs

ikzou bukken
jijzou bukken
hij/zij/hetzou bukken
wijzouden bukken
julliezouden bukken
zijzouden bukken

Oefen bukken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

bukken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader voor de lage deur in het oude huis.

  2. Verleden tijd

    De kinderen snel onder de tafel toen de bal kwam.

  3. Bijzin

    Hij schrok, omdat hij te laat voor de tak.

  4. Tegenwoordige tijd

    Jullie toch wel voor de lage balk in de kelder?

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is buk. In bukken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (bukte, bukten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gebukt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bukt, maar buk jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van bukken?

bukte (ik, jij, hij/zij/het) en bukten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van bukken?

gebukt, met hebben: ik heb gebukt.

Gebruik je bukken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebukt, hij heeft gebukt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.