Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Communiceren

communiceren = to communicate

Hele werkwoord
communiceren
Verleden tijd
communiceerde · communiceerden
Voltooide tijd
heeft gecommuniceerd

Kort antwoord

Communiceren is in het Engels to communicate. Verleden tijd: communiceerde (enkelvoud) en communiceerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gecommuniceerd, met hebben: ik heb gecommuniceerd.

Oefen communiceren

Tegenwoordige tijd

ikcommuniceer
jijcommuniceert
hij/zij/hetcommuniceert
wijcommuniceren
julliecommuniceren
zijcommuniceren

Verleden tijd

ikcommuniceerde
jijcommuniceerde
hij/zij/hetcommuniceerde
wijcommuniceerden
julliecommuniceerden
zijcommuniceerden

Voltooide tijd

ikheb gecommuniceerd
jijhebt gecommuniceerd
hij/zij/hetheeft gecommuniceerd
wijhebben gecommuniceerd
julliehebben gecommuniceerd
zijhebben gecommuniceerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gecommuniceerd
jijhad gecommuniceerd
hij/zij/hethad gecommuniceerd
wijhadden gecommuniceerd
julliehadden gecommuniceerd
zijhadden gecommuniceerd

Toekomende tijd

ikzal communiceren
jijzult communiceren
hij/zij/hetzal communiceren
wijzullen communiceren
julliezullen communiceren
zijzullen communiceren

Voorwaardelijke wijs

ikzou communiceren
jijzou communiceren
hij/zij/hetzou communiceren
wijzouden communiceren
julliezouden communiceren
zijzouden communiceren

Oefen communiceren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

communiceren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij meestal per mail met onze klanten.

  2. Verleden tijd

    Toen ik in Spanje woonde, ik met handen en voeten.

  3. Voltooide tijd

    De buren en wij nooit goed met elkaar .

  4. Bijzin

    Het probleem is dat jullie niet duidelijk .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is communiceer. In communiceren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (communiceerde, communiceerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gecommuniceerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij communiceert, maar communiceer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van communiceren?

communiceerde (ik, jij, hij/zij/het) en communiceerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van communiceren?

gecommuniceerd, met hebben: ik heb gecommuniceerd.

Gebruik je communiceren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gecommuniceerd, hij heeft gecommuniceerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.