Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Dienen

dienen = to serve, be used

Hele werkwoord
dienen
Verleden tijd
diende · dienden
Voltooide tijd
heeft gediend

Kort antwoord

Dienen is in het Engels to serve, be used. Verleden tijd: diende (enkelvoud) en dienden (meervoud). Voltooid deelwoord: gediend, met hebben: ik heb gediend.

Oefen dienen

Tegenwoordige tijd

ikdien
jijdient
hij/zij/hetdient
wijdienen
julliedienen
zijdienen

Verleden tijd

ikdiende
jijdiende
hij/zij/hetdiende
wijdienden
julliedienden
zijdienden

Voltooide tijd

ikheb gediend
jijhebt gediend
hij/zij/hetheeft gediend
wijhebben gediend
julliehebben gediend
zijhebben gediend

Voltooid verleden tijd

ikhad gediend
jijhad gediend
hij/zij/hethad gediend
wijhadden gediend
julliehadden gediend
zijhadden gediend

Toekomende tijd

ikzal dienen
jijzult dienen
hij/zij/hetzal dienen
wijzullen dienen
julliezullen dienen
zijzullen dienen

Voorwaardelijke wijs

ikzou dienen
jijzou dienen
hij/zij/hetzou dienen
wijzouden dienen
julliezouden dienen
zijzouden dienen

Oefen dienen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is dien. In dienen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (diende, dienden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gediend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dient, maar dien jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van dienen?

diende (ik, jij, hij/zij/het) en dienden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van dienen?

gediend, met hebben: ik heb gediend.

Gebruik je dienen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gediend, hij heeft gediend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.