Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Banen conjugation

banen = to clear a way

Infinitive
banen
Past
baande · baanden
Perfect
heeft gebaand

Quick answer

Banen means to clear a way. Past tense: baande (singular) and baanden (plural). Past participle: gebaand, with hebben: ik heb gebaand.

Practise banen

Present (tegenwoordige tijd)

ikbaan
jijbaant
hij/zij/hetbaant
wijbanen
julliebanen
zijbanen

Past (verleden tijd)

ikbaande
jijbaande
hij/zij/hetbaande
wijbaanden
julliebaanden
zijbaanden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gebaand
jijhebt gebaand
hij/zij/hetheeft gebaand
wijhebben gebaand
julliehebben gebaand
zijhebben gebaand

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gebaand
jijhad gebaand
hij/zij/hethad gebaand
wijhadden gebaand
julliehadden gebaand
zijhadden gebaand

Future (toekomende tijd)

ikzal banen
jijzult banen
hij/zij/hetzal banen
wijzullen banen
julliezullen banen
zijzullen banen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou banen
jijzou banen
hij/zij/hetzou banen
wijzouden banen
julliezouden banen
zijzouden banen

Practise banen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is baan. The infinitive banen has n before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (baande, baanden) and the participle ends in -d (gebaand).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij baant, but baan jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of banen?

baande (ik, jij, hij/zij/het) and baanden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of banen?

gebaand, with hebben: ik heb gebaand.

Is banen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gebaand, hij heeft gebaand.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.