Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Doelen

doelen = to aim, allude

Hele werkwoord
doelen
Verleden tijd
doelde · doelden
Voltooide tijd
heeft gedoeld

Kort antwoord

Doelen is in het Engels to aim, allude. Verleden tijd: doelde (enkelvoud) en doelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gedoeld, met hebben: ik heb gedoeld.

Oefen doelen

Tegenwoordige tijd

ikdoel
jijdoelt
hij/zij/hetdoelt
wijdoelen
julliedoelen
zijdoelen

Verleden tijd

ikdoelde
jijdoelde
hij/zij/hetdoelde
wijdoelden
julliedoelden
zijdoelden

Voltooide tijd

ikheb gedoeld
jijhebt gedoeld
hij/zij/hetheeft gedoeld
wijhebben gedoeld
julliehebben gedoeld
zijhebben gedoeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gedoeld
jijhad gedoeld
hij/zij/hethad gedoeld
wijhadden gedoeld
julliehadden gedoeld
zijhadden gedoeld

Toekomende tijd

ikzal doelen
jijzult doelen
hij/zij/hetzal doelen
wijzullen doelen
julliezullen doelen
zijzullen doelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou doelen
jijzou doelen
hij/zij/hetzou doelen
wijzouden doelen
julliezouden doelen
zijzouden doelen

Oefen doelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

doelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik met mijn opmerking niet op jou.

  2. Verleden tijd

    De leraar in zijn les op het nieuws van vorige week.

  3. Bijzin

    Ze zei dat ze op de directeur .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij met dit plan op een betere toekomst voor de wijk.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is doel. In doelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (doelde, doelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gedoeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij doelt, maar doel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van doelen?

doelde (ik, jij, hij/zij/het) en doelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van doelen?

gedoeld, met hebben: ik heb gedoeld.

Gebruik je doelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gedoeld, hij heeft gedoeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.