Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, not separable

Verzekeren conjugation

verzekeren = to assure, insure

Infinitive
verzekeren
Past
verzekerde · verzekerden
Perfect
heeft verzekerd

Quick answer

Verzekeren means to assure, insure. Past tense: verzekerde (singular) and verzekerden (plural). Past participle: verzekerd, with hebben: ik heb verzekerd.

Practise verzekeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikverzeker
jijverzekert
hij/zij/hetverzekert
wijverzekeren
jullieverzekeren
zijverzekeren

Past (verleden tijd)

ikverzekerde
jijverzekerde
hij/zij/hetverzekerde
wijverzekerden
jullieverzekerden
zijverzekerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb verzekerd
jijhebt verzekerd
hij/zij/hetheeft verzekerd
wijhebben verzekerd
julliehebben verzekerd
zijhebben verzekerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad verzekerd
jijhad verzekerd
hij/zij/hethad verzekerd
wijhadden verzekerd
julliehadden verzekerd
zijhadden verzekerd

Future (toekomende tijd)

ikzal verzekeren
jijzult verzekeren
hij/zij/hetzal verzekeren
wijzullen verzekeren
julliezullen verzekeren
zijzullen verzekeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verzekeren
jijzou verzekeren
hij/zij/hetzou verzekeren
wijzouden verzekeren
julliezouden verzekeren
zijzouden verzekeren

Verzekeren is not separable

The prefix ver- stays attached to the verb in every sentence (ik verzeker, dat ik verzeker), and the participle gets no extra ge-: verzekerd.

Main clauseik verzeker
Questionverzeker jij?
Subordinate clause… dat ik verzeker
With a modal verbik wil verzekeren
Perfect tenseik heb verzekerd
With om ... teom te verzekeren
Imperativeverzeker!

Separable verbs: rules and checker

Practise verzekeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is verzeker. The infinitive verzekeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (verzekerde, verzekerden) and the participle ends in -d (verzekerd).
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verzekerd.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij verzekert, but verzeker jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verzekeren?

verzekerde (ik, jij, hij/zij/het) and verzekerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verzekeren?

verzekerd, with hebben: ik heb verzekerd.

Is verzekeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb verzekerd, hij heeft verzekerd.

Is verzekeren a separable verb?

No. The prefix ver- never splits off from verzekeren (ik verzeker, dat ik verzeker), and the participle gets no extra ge-: verzekerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.