Level B1 · Regular, not separable
Verzekeren conjugation
verzekeren = to assure, insure
- Infinitive
- verzekeren
- Past
- verzekerde · verzekerden
- Perfect
- heeft verzekerd
Quick answer
Verzekeren means to assure, insure. Past tense: verzekerde (singular) and verzekerden (plural). Past participle: verzekerd, with hebben: ik heb verzekerd.
Practise verzekerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | verzeker |
| jij | verzekert |
| hij/zij/het | verzekert |
| wij | verzekeren |
| jullie | verzekeren |
| zij | verzekeren |
Past (verleden tijd)
| ik | verzekerde |
| jij | verzekerde |
| hij/zij/het | verzekerde |
| wij | verzekerden |
| jullie | verzekerden |
| zij | verzekerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb verzekerd |
| jij | hebt verzekerd |
| hij/zij/het | heeft verzekerd |
| wij | hebben verzekerd |
| jullie | hebben verzekerd |
| zij | hebben verzekerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had verzekerd |
| jij | had verzekerd |
| hij/zij/het | had verzekerd |
| wij | hadden verzekerd |
| jullie | hadden verzekerd |
| zij | hadden verzekerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal verzekeren |
| jij | zult verzekeren |
| hij/zij/het | zal verzekeren |
| wij | zullen verzekeren |
| jullie | zullen verzekeren |
| zij | zullen verzekeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou verzekeren |
| jij | zou verzekeren |
| hij/zij/het | zou verzekeren |
| wij | zouden verzekeren |
| jullie | zouden verzekeren |
| zij | zouden verzekeren |
Verzekeren is not separable
The prefix ver- stays attached to the verb in every sentence (ik verzeker, dat ik verzeker), and the participle gets no extra ge-: verzekerd.
| Main clause | ik verzeker |
| Question | verzeker jij? |
| Subordinate clause | … dat ik verzeker |
| With a modal verb | ik wil verzekeren |
| Perfect tense | ik heb verzekerd |
| With om ... te | om te verzekeren |
| Imperative | verzeker! |
Practise verzekeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is verzeker. The infinitive verzekeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (verzekerde, verzekerden) and the participle ends in -d (verzekerd).
- Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verzekerd.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij verzekert, but verzeker jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of verzekeren?
verzekerde (ik, jij, hij/zij/het) and verzekerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of verzekeren?
verzekerd, with hebben: ik heb verzekerd.
Is verzekeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb verzekerd, hij heeft verzekerd.
Is verzekeren a separable verb?
No. The prefix ver- never splits off from verzekeren (ik verzeker, dat ik verzeker), and the participle gets no extra ge-: verzekerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.