Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Doelen conjugation

doelen = to aim, allude

Infinitive
doelen
Past
doelde · doelden
Perfect
heeft gedoeld

Quick answer

Doelen means to aim, allude. Past tense: doelde (singular) and doelden (plural). Past participle: gedoeld, with hebben: ik heb gedoeld.

Practise doelen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdoel
jijdoelt
hij/zij/hetdoelt
wijdoelen
julliedoelen
zijdoelen

Past (verleden tijd)

ikdoelde
jijdoelde
hij/zij/hetdoelde
wijdoelden
julliedoelden
zijdoelden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gedoeld
jijhebt gedoeld
hij/zij/hetheeft gedoeld
wijhebben gedoeld
julliehebben gedoeld
zijhebben gedoeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gedoeld
jijhad gedoeld
hij/zij/hethad gedoeld
wijhadden gedoeld
julliehadden gedoeld
zijhadden gedoeld

Future (toekomende tijd)

ikzal doelen
jijzult doelen
hij/zij/hetzal doelen
wijzullen doelen
julliezullen doelen
zijzullen doelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou doelen
jijzou doelen
hij/zij/hetzou doelen
wijzouden doelen
julliezouden doelen
zijzouden doelen

Practise doelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is doel. The infinitive doelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (doelde, doelden) and the participle ends in -d (gedoeld).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij doelt, but doel jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of doelen?

doelde (ik, jij, hij/zij/het) and doelden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of doelen?

gedoeld, with hebben: ik heb gedoeld.

Is doelen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gedoeld, hij heeft gedoeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.