Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Douchen

douchen = to shower

Hele werkwoord
douchen
Verleden tijd
douchte · douchten
Voltooide tijd
heeft gedoucht

Kort antwoord

Douchen is in het Engels to shower. Verleden tijd: douchte (enkelvoud) en douchten (meervoud). Voltooid deelwoord: gedoucht, met hebben: ik heb gedoucht.

Oefen douchen

Tegenwoordige tijd

ikdouch
jijdoucht
hij/zij/hetdoucht
wijdouchen
julliedouchen
zijdouchen

Verleden tijd

ikdouchte
jijdouchte
hij/zij/hetdouchte
wijdouchten
julliedouchten
zijdouchten

Voltooide tijd

ikheb gedoucht
jijhebt gedoucht
hij/zij/hetheeft gedoucht
wijhebben gedoucht
julliehebben gedoucht
zijhebben gedoucht

Voltooid verleden tijd

ikhad gedoucht
jijhad gedoucht
hij/zij/hethad gedoucht
wijhadden gedoucht
julliehadden gedoucht
zijhadden gedoucht

Toekomende tijd

ikzal douchen
jijzult douchen
hij/zij/hetzal douchen
wijzullen douchen
julliezullen douchen
zijzullen douchen

Voorwaardelijke wijs

ikzou douchen
jijzou douchen
hij/zij/hetzou douchen
wijzouden douchen
julliezouden douchen
zijzouden douchen

Oefen douchen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

douchen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jullie altijd te lang, daarom is het warme water op.

  2. Verleden tijd

    Gisteravond hij heel lang, want het water was lekker warm.

  3. Voltooide tijd

    Wij na het zwemmen snel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is douch. In douchen staat ch voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (douchte, douchten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gedoucht).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij doucht, maar douch jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van douchen?

douchte (ik, jij, hij/zij/het) en douchten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van douchen?

gedoucht, met hebben: ik heb gedoucht.

Gebruik je douchen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gedoucht, hij heeft gedoucht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.