Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Drukken

drukken = to push, print

Hele werkwoord
drukken
Verleden tijd
drukte · drukten
Voltooide tijd
heeft gedrukt

Kort antwoord

Drukken is in het Engels to push, print. Verleden tijd: drukte (enkelvoud) en drukten (meervoud). Voltooid deelwoord: gedrukt, met hebben: ik heb gedrukt.

Oefen drukken

Tegenwoordige tijd

ikdruk
jijdrukt
hij/zij/hetdrukt
wijdrukken
julliedrukken
zijdrukken

Verleden tijd

ikdrukte
jijdrukte
hij/zij/hetdrukte
wijdrukten
julliedrukten
zijdrukten

Voltooide tijd

ikheb gedrukt
jijhebt gedrukt
hij/zij/hetheeft gedrukt
wijhebben gedrukt
julliehebben gedrukt
zijhebben gedrukt

Voltooid verleden tijd

ikhad gedrukt
jijhad gedrukt
hij/zij/hethad gedrukt
wijhadden gedrukt
julliehadden gedrukt
zijhadden gedrukt

Toekomende tijd

ikzal drukken
jijzult drukken
hij/zij/hetzal drukken
wijzullen drukken
julliezullen drukken
zijzullen drukken

Voorwaardelijke wijs

ikzou drukken
jijzou drukken
hij/zij/hetzou drukken
wijzouden drukken
julliezouden drukken
zijzouden drukken

Oefen drukken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is druk. In drukken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (drukte, drukten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gedrukt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij drukt, maar druk jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van drukken?

drukte (ik, jij, hij/zij/het) en drukten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van drukken?

gedrukt, met hebben: ik heb gedrukt.

Gebruik je drukken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gedrukt, hij heeft gedrukt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.