Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Vieren conjugation

vieren = to celebrate

Infinitive
vieren
Past
vierde · vierden
Perfect
heeft gevierd

Quick answer

Vieren means to celebrate. Past tense: vierde (singular) and vierden (plural). Past participle: gevierd, with hebben: ik heb gevierd.

Practise vieren

Present (tegenwoordige tijd)

ikvier
jijviert
hij/zij/hetviert
wijvieren
jullievieren
zijvieren

Past (verleden tijd)

ikvierde
jijvierde
hij/zij/hetvierde
wijvierden
jullievierden
zijvierden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gevierd
jijhebt gevierd
hij/zij/hetheeft gevierd
wijhebben gevierd
julliehebben gevierd
zijhebben gevierd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gevierd
jijhad gevierd
hij/zij/hethad gevierd
wijhadden gevierd
julliehadden gevierd
zijhadden gevierd

Future (toekomende tijd)

ikzal vieren
jijzult vieren
hij/zij/hetzal vieren
wijzullen vieren
julliezullen vieren
zijzullen vieren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vieren
jijzou vieren
hij/zij/hetzou vieren
wijzouden vieren
julliezouden vieren
zijzouden vieren

Practise vieren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is vier. The infinitive vieren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (vierde, vierden) and the participle ends in -d (gevierd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij viert, but vier jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vieren?

vierde (ik, jij, hij/zij/het) and vierden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vieren?

gevierd, with hebben: ik heb gevierd.

Is vieren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gevierd, hij heeft gevierd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.