Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Duiken

duiken = to dive

Hele werkwoord
duiken
Verleden tijd
dook · doken
Voltooide tijd
heeft / is gedoken

Kort antwoord

Duiken is in het Engels to dive. Verleden tijd: dook (enkelvoud) en doken (meervoud). Voltooid deelwoord: gedoken, met hebben / zijn: ik heb / ben gedoken.

Oefen duiken

Tegenwoordige tijd

ikduik
jijduikt
hij/zij/hetduikt
wijduiken
jullieduiken
zijduiken

Verleden tijd

ikdook
jijdook
hij/zij/hetdook
wijdoken
julliedoken
zijdoken

Voltooide tijd

ikheb / ben gedoken
jijhebt / bent gedoken
hij/zij/hetheeft / is gedoken
wijhebben / zijn gedoken
julliehebben / zijn gedoken
zijhebben / zijn gedoken

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gedoken
jijhad / was gedoken
hij/zij/hethad / was gedoken
wijhadden / waren gedoken
julliehadden / waren gedoken
zijhadden / waren gedoken

Toekomende tijd

ikzal duiken
jijzult duiken
hij/zij/hetzal duiken
wijzullen duiken
julliezullen duiken
zijzullen duiken

Voorwaardelijke wijs

ikzou duiken
jijzou duiken
hij/zij/hetzou duiken
wijzouden duiken
julliezouden duiken
zijzouden duiken

Oefen duiken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

duiken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij in de zomer vaak in de zee.

  2. Verleden tijd

    De jongen van de rand het koude water in.

  3. Voltooide tijd

    Zij van de rand het water in .

  4. Bijzin

    Ik ben blij, omdat ik vandaag in het zwembad mag .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: duiken, dook, gedoken.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij duikt, maar duik jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Hij heeft gisteren in het zwembad gedoken. Hij is van de rand het water in gedoken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van duiken?

dook (ik, jij, hij/zij/het) en doken (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van duiken?

gedoken, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft gisteren in het zwembad gedoken. Hij is van de rand het water in gedoken.

Gebruik je duiken met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft gisteren in het zwembad gedoken. Hij is van de rand het water in gedoken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.