Level B1 · Regular
Branden conjugation
branden = to burn or be alight
- Infinitive
- branden
- Past
- brandde · brandden
- Perfect
- heeft gebrand
Quick answer
Branden means to burn or be alight. Past tense: brandde (singular) and brandden (plural). Past participle: gebrand, with hebben: ik heb gebrand.
Practise brandenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | brand |
| jij | brandt |
| hij/zij/het | brandt |
| wij | branden |
| jullie | branden |
| zij | branden |
Past (verleden tijd)
| ik | brandde |
| jij | brandde |
| hij/zij/het | brandde |
| wij | brandden |
| jullie | brandden |
| zij | brandden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gebrand |
| jij | hebt gebrand |
| hij/zij/het | heeft gebrand |
| wij | hebben gebrand |
| jullie | hebben gebrand |
| zij | hebben gebrand |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gebrand |
| jij | had gebrand |
| hij/zij/het | had gebrand |
| wij | hadden gebrand |
| jullie | hadden gebrand |
| zij | hadden gebrand |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal branden |
| jij | zult branden |
| hij/zij/het | zal branden |
| wij | zullen branden |
| jullie | zullen branden |
| zij | zullen branden |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou branden |
| jij | zou branden |
| hij/zij/het | zou branden |
| wij | zouden branden |
| jullie | zouden branden |
| zij | zouden branden |
Practise branden
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is brand. The infinitive branden has d before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (brandde, brandden) and the participle ends in -d (gebrand).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij brandt, but brand jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of branden?
brandde (ik, jij, hij/zij/het) and brandden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of branden?
gebrand, with hebben: ik heb gebrand.
Is branden used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gebrand, hij heeft gebrand.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.