Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Duren

duren = to last a certain time

Hele werkwoord
duren
Verleden tijd
duurde · duurden
Voltooide tijd
heeft geduurd

Kort antwoord

Duren is in het Engels to last a certain time. Verleden tijd: duurde (enkelvoud) en duurden (meervoud). Voltooid deelwoord: geduurd, met hebben: ik heb geduurd.

Oefen duren

Tegenwoordige tijd

ikduur
jijduurt
hij/zij/hetduurt
wijduren
jullieduren
zijduren

Verleden tijd

ikduurde
jijduurde
hij/zij/hetduurde
wijduurden
jullieduurden
zijduurden

Voltooide tijd

ikheb geduurd
jijhebt geduurd
hij/zij/hetheeft geduurd
wijhebben geduurd
julliehebben geduurd
zijhebben geduurd

Voltooid verleden tijd

ikhad geduurd
jijhad geduurd
hij/zij/hethad geduurd
wijhadden geduurd
julliehadden geduurd
zijhadden geduurd

Toekomende tijd

ikzal duren
jijzult duren
hij/zij/hetzal duren
wijzullen duren
julliezullen duren
zijzullen duren

Voorwaardelijke wijs

ikzou duren
jijzou duren
hij/zij/hetzou duren
wijzouden duren
julliezouden duren
zijzouden duren

Oefen duren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

duren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De les een uur.

  2. Verleden tijd

    De film gisteravond bijna drie uur.

  3. Voltooide tijd

    De reis naar Spanje erg lang .

  4. Verleden tijd

    Het lang voordat de bus eindelijk kwam.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is duur. In duren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (duurde, duurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geduurd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij duurt, maar duur jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van duren?

duurde (ik, jij, hij/zij/het) en duurden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van duren?

geduurd, met hebben: ik heb geduurd.

Gebruik je duren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geduurd, hij heeft geduurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.