Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Emigreren
emigreren = to emigrate
- Hele werkwoord
- emigreren
- Verleden tijd
- emigreerde · emigreerden
- Voltooide tijd
- is geëmigreerd
Kort antwoord
Emigreren is in het Engels to emigrate. Verleden tijd: emigreerde (enkelvoud) en emigreerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëmigreerd, met zijn: ik ben geëmigreerd.
Oefen emigrerenTegenwoordige tijd
| ik | emigreer |
| jij | emigreert |
| hij/zij/het | emigreert |
| wij | emigreren |
| jullie | emigreren |
| zij | emigreren |
Verleden tijd
| ik | emigreerde |
| jij | emigreerde |
| hij/zij/het | emigreerde |
| wij | emigreerden |
| jullie | emigreerden |
| zij | emigreerden |
Voltooide tijd
| ik | ben geëmigreerd |
| jij | bent geëmigreerd |
| hij/zij/het | is geëmigreerd |
| wij | zijn geëmigreerd |
| jullie | zijn geëmigreerd |
| zij | zijn geëmigreerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | was geëmigreerd |
| jij | was geëmigreerd |
| hij/zij/het | was geëmigreerd |
| wij | waren geëmigreerd |
| jullie | waren geëmigreerd |
| zij | waren geëmigreerd |
Toekomende tijd
| ik | zal emigreren |
| jij | zult emigreren |
| hij/zij/het | zal emigreren |
| wij | zullen emigreren |
| jullie | zullen emigreren |
| zij | zullen emigreren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou emigreren |
| jij | zou emigreren |
| hij/zij/het | zou emigreren |
| wij | zouden emigreren |
| jullie | zouden emigreren |
| zij | zouden emigreren |
Oefen emigreren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
emigreren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is emigreer. In emigreren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (emigreerde, emigreerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëmigreerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij emigreert, maar emigreer jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben geëmigreerd, niet ik heb geëmigreerd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van emigreren?
emigreerde (ik, jij, hij/zij/het) en emigreerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van emigreren?
geëmigreerd, met zijn: ik ben geëmigreerd.
Gebruik je emigreren met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben geëmigreerd, hij is geëmigreerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.