Dutch Fluency
تعیین سطح منسطح
ورود

سطح B2 · باقاعده

صرف فعل Emigreren

emigreren = مهاجرت کردن

مصدر
emigreren
گذشته
emigreerde · emigreerden
ماضی نقلی
is geëmigreerd

پاسخ کوتاه

Emigreren یعنی مهاجرت کردن. گذشته ساده: emigreerde (مفرد) و emigreerden (جمع). صفت مفعولی (voltooid deelwoord): geëmigreerd، با zijn: ik ben geëmigreerd.

تمرین emigreren

حال (tegenwoordige tijd)

ikemigreer
jijemigreert
hij/zij/hetemigreert
wijemigreren
jullieemigreren
zijemigreren

گذشته ساده (verleden tijd)

ikemigreerde
jijemigreerde
hij/zij/hetemigreerde
wijemigreerden
jullieemigreerden
zijemigreerden

ماضی نقلی (voltooide tijd)

ikben geëmigreerd
jijbent geëmigreerd
hij/zij/hetis geëmigreerd
wijzijn geëmigreerd
julliezijn geëmigreerd
zijzijn geëmigreerd

ماضی بعید (voltooid verleden tijd)

ikwas geëmigreerd
jijwas geëmigreerd
hij/zij/hetwas geëmigreerd
wijwaren geëmigreerd
julliewaren geëmigreerd
zijwaren geëmigreerd

آینده (toekomende tijd)

ikzal emigreren
jijzult emigreren
hij/zij/hetzal emigreren
wijzullen emigreren
julliezullen emigreren
zijzullen emigreren

شرطی (voorwaardelijke wijs)

ikzou emigreren
jijzou emigreren
hij/zij/hetzou emigreren
wijzouden emigreren
julliezouden emigreren
zijzouden emigreren

تمرین emigreren

شش صورت کوتاه. پاسخ را بنویسید، Enter را بزنید و فوراً ببینید درست است یا نه.

1 از 60 ✓

حال

ik

emigreren در جمله

شکل درست را وارد کنید. جمله به شما می‌گوید چه کسی و چه زمانی، و بعد از بررسی پاسخ، معنی آن را هم می‌بینید.

  1. حال

    Mijn zus volgend jaar naar Canada.

  2. گذشته ساده

    In 1950 veel Nederlanders naar Australië.

  3. ماضی نقلی

    Onze buren vorige maand naar Nieuw-Zeeland .

  4. جمله‌ی پیرو

    Ik mis hem omdat hij vorig jaar naar Spanje .

این فعل چگونه کار می‌کند

  • فعل باقاعده. ستاک آن emigreer است. در مصدر emigreren پیش از -en حرف r آمده که جزو 't kofschip نیست (t, k, f, s, ch, p)، پس گذشته ساده -de می‌گیرد (emigreerde، emigreerden) و صفت مفعولی به -d ختم می‌شود (geëmigreerd).
  • وقتی jij بعد از فعل بیاید، -t حذف می‌شود: jij emigreert، اما emigreer jij?
  • ماضی نقلی با zijn: ik ben geëmigreerd، نه ik heb geëmigreerd.

پرسش‌ها درباره فعل‌های هلندی

گذشته ساده emigreren چیست؟

emigreerde (ik، jij، hij/zij/het) و emigreerden (wij، jullie، zij).

صفت مفعولی (voltooid deelwoord) emigreren چیست؟

geëmigreerd، با zijn: ik ben geëmigreerd.

آیا emigreren با hebben به کار می‌رود یا با zijn؟

با zijn: ik ben geëmigreerd, hij is geëmigreerd.

فعل‌های بیشتر

همه فعل‌هاهمه‌ی فعل‌ها از A تا Zفعل‌های جدا‌شدنی: قواعد و بررسی‌گربررسی de یا het

می‌خواهید دیگر همه‌چیز را جست‌وجو نکنید؟

آزمون تعیین سطح رایگان نشان می‌دهد هلندی شما کجاست و بعد چه یاد بگیرید.

صورت‌ها با ویکی‌واژه بررسی شده‌اند. زمان‌های مرکب با صورت‌های ثابت hebben، zijn، zullen و zou ساخته می‌شوند.