Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Falen

falen = to fail

Hele werkwoord
falen
Verleden tijd
faalde · faalden
Voltooide tijd
heeft gefaald

Kort antwoord

Falen is in het Engels to fail. Verleden tijd: faalde (enkelvoud) en faalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefaald, met hebben: ik heb gefaald.

Oefen falen

Tegenwoordige tijd

ikfaal
jijfaalt
hij/zij/hetfaalt
wijfalen
julliefalen
zijfalen

Verleden tijd

ikfaalde
jijfaalde
hij/zij/hetfaalde
wijfaalden
julliefaalden
zijfaalden

Voltooide tijd

ikheb gefaald
jijhebt gefaald
hij/zij/hetheeft gefaald
wijhebben gefaald
julliehebben gefaald
zijhebben gefaald

Voltooid verleden tijd

ikhad gefaald
jijhad gefaald
hij/zij/hethad gefaald
wijhadden gefaald
julliehadden gefaald
zijhadden gefaald

Toekomende tijd

ikzal falen
jijzult falen
hij/zij/hetzal falen
wijzullen falen
julliezullen falen
zijzullen falen

Voorwaardelijke wijs

ikzou falen
jijzou falen
hij/zij/hetzou falen
wijzouden falen
julliezouden falen
zijzouden falen

Oefen falen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

falen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het nieuwe systeem vaak tijdens drukke dagen.

  2. Verleden tijd

    De remmen van de auto plotseling.

  3. Tegenwoordige tijd

    Als wij nu , krijgen we geen tweede kans.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is faal. In falen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (faalde, faalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefaald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij faalt, maar faal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van falen?

faalde (ik, jij, hij/zij/het) en faalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van falen?

gefaald, met hebben: ik heb gefaald.

Gebruik je falen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefaald, hij heeft gefaald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.