Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Zoemen conjugation

zoemen = to buzz

Infinitive
zoemen
Past
zoemde · zoemden
Perfect
heeft gezoemd

Quick answer

Zoemen means to buzz. Past tense: zoemde (singular) and zoemden (plural). Past participle: gezoemd, with hebben: ik heb gezoemd.

Practise zoemen

Present (tegenwoordige tijd)

ikzoem
jijzoemt
hij/zij/hetzoemt
wijzoemen
julliezoemen
zijzoemen

Past (verleden tijd)

ikzoemde
jijzoemde
hij/zij/hetzoemde
wijzoemden
julliezoemden
zijzoemden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gezoemd
jijhebt gezoemd
hij/zij/hetheeft gezoemd
wijhebben gezoemd
julliehebben gezoemd
zijhebben gezoemd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gezoemd
jijhad gezoemd
hij/zij/hethad gezoemd
wijhadden gezoemd
julliehadden gezoemd
zijhadden gezoemd

Future (toekomende tijd)

ikzal zoemen
jijzult zoemen
hij/zij/hetzal zoemen
wijzullen zoemen
julliezullen zoemen
zijzullen zoemen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zoemen
jijzou zoemen
hij/zij/hetzou zoemen
wijzouden zoemen
julliezouden zoemen
zijzouden zoemen

Practise zoemen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is zoem. The infinitive zoemen has m before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (zoemde, zoemden) and the participle ends in -d (gezoemd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij zoemt, but zoem jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of zoemen?

zoemde (ik, jij, hij/zij/het) and zoemden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of zoemen?

gezoemd, with hebben: ik heb gezoemd.

Is zoemen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gezoemd, hij heeft gezoemd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.