Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Flitsen
flitsen = to flash, photograph by speed camera
- Hele werkwoord
- flitsen
- Verleden tijd
- flitste · flitsten
- Voltooide tijd
- heeft geflitst
Kort antwoord
Flitsen is in het Engels to flash, photograph by speed camera. Verleden tijd: flitste (enkelvoud) en flitsten (meervoud). Voltooid deelwoord: geflitst, met hebben: ik heb geflitst.
Oefen flitsenTegenwoordige tijd
| ik | flits |
| jij | flitst |
| hij/zij/het | flitst |
| wij | flitsen |
| jullie | flitsen |
| zij | flitsen |
Verleden tijd
| ik | flitste |
| jij | flitste |
| hij/zij/het | flitste |
| wij | flitsten |
| jullie | flitsten |
| zij | flitsten |
Voltooide tijd
| ik | heb geflitst |
| jij | hebt geflitst |
| hij/zij/het | heeft geflitst |
| wij | hebben geflitst |
| jullie | hebben geflitst |
| zij | hebben geflitst |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geflitst |
| jij | had geflitst |
| hij/zij/het | had geflitst |
| wij | hadden geflitst |
| jullie | hadden geflitst |
| zij | hadden geflitst |
Toekomende tijd
| ik | zal flitsen |
| jij | zult flitsen |
| hij/zij/het | zal flitsen |
| wij | zullen flitsen |
| jullie | zullen flitsen |
| zij | zullen flitsen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou flitsen |
| jij | zou flitsen |
| hij/zij/het | zou flitsen |
| wij | zouden flitsen |
| jullie | zouden flitsen |
| zij | zouden flitsen |
Oefen flitsen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
flitsen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is flits. In flitsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (flitste, flitsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geflitst).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij flitst, maar flits jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van flitsen?
flitste (ik, jij, hij/zij/het) en flitsten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van flitsen?
geflitst, met hebben: ik heb geflitst.
Gebruik je flitsen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geflitst, hij heeft geflitst.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.