Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Flitsen

flitsen = to flash, photograph by speed camera

Hele werkwoord
flitsen
Verleden tijd
flitste · flitsten
Voltooide tijd
heeft geflitst

Kort antwoord

Flitsen is in het Engels to flash, photograph by speed camera. Verleden tijd: flitste (enkelvoud) en flitsten (meervoud). Voltooid deelwoord: geflitst, met hebben: ik heb geflitst.

Oefen flitsen

Tegenwoordige tijd

ikflits
jijflitst
hij/zij/hetflitst
wijflitsen
jullieflitsen
zijflitsen

Verleden tijd

ikflitste
jijflitste
hij/zij/hetflitste
wijflitsten
jullieflitsten
zijflitsten

Voltooide tijd

ikheb geflitst
jijhebt geflitst
hij/zij/hetheeft geflitst
wijhebben geflitst
julliehebben geflitst
zijhebben geflitst

Voltooid verleden tijd

ikhad geflitst
jijhad geflitst
hij/zij/hethad geflitst
wijhadden geflitst
julliehadden geflitst
zijhadden geflitst

Toekomende tijd

ikzal flitsen
jijzult flitsen
hij/zij/hetzal flitsen
wijzullen flitsen
julliezullen flitsen
zijzullen flitsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou flitsen
jijzou flitsen
hij/zij/hetzou flitsen
wijzouden flitsen
julliezouden flitsen
zijzouden flitsen

Oefen flitsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

flitsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De camera elke auto die te hard rijdt.

  2. Verleden tijd

    Gisteren de politie mij bij de brug.

  3. Voltooide tijd

    Ze ons op de snelweg .

  4. Bijzin

    Ik rijd langzaam omdat de camera hier altijd .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is flits. In flitsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (flitste, flitsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geflitst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij flitst, maar flits jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van flitsen?

flitste (ik, jij, hij/zij/het) en flitsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van flitsen?

geflitst, met hebben: ik heb geflitst.

Gebruik je flitsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geflitst, hij heeft geflitst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.