Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Focussen

focussen = to focus

Hele werkwoord
focussen
Verleden tijd
focuste · focusten
Voltooide tijd
heeft gefocust

Kort antwoord

Focussen is in het Engels to focus. Verleden tijd: focuste (enkelvoud) en focusten (meervoud). Voltooid deelwoord: gefocust, met hebben: ik heb gefocust.

Oefen focussen

Tegenwoordige tijd

ikfocus
jijfocust
hij/zij/hetfocust
wijfocussen
julliefocussen
zijfocussen

Verleden tijd

ikfocuste
jijfocuste
hij/zij/hetfocuste
wijfocusten
julliefocusten
zijfocusten

Voltooide tijd

ikheb gefocust
jijhebt gefocust
hij/zij/hetheeft gefocust
wijhebben gefocust
julliehebben gefocust
zijhebben gefocust

Voltooid verleden tijd

ikhad gefocust
jijhad gefocust
hij/zij/hethad gefocust
wijhadden gefocust
julliehadden gefocust
zijhadden gefocust

Toekomende tijd

ikzal focussen
jijzult focussen
hij/zij/hetzal focussen
wijzullen focussen
julliezullen focussen
zijzullen focussen

Voorwaardelijke wijs

ikzou focussen
jijzou focussen
hij/zij/hetzou focussen
wijzouden focussen
julliezouden focussen
zijzouden focussen

Oefen focussen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

focussen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik me tijdens het leren altijd op één vak.

  2. Verleden tijd

    De sporters zich volledig op de wedstrijd.

  3. Voltooide tijd

    Zij zich de laatste weken goed op haar werk .

  4. Bijzin

    Het lukt niet om te werken als jullie je niet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is focus. In focussen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (focuste, focusten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gefocust).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij focust, maar focus jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van focussen?

focuste (ik, jij, hij/zij/het) en focusten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van focussen?

gefocust, met hebben: ik heb gefocust.

Gebruik je focussen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefocust, hij heeft gefocust.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.