Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Happen

happen = to bite, to gasp

Hele werkwoord
happen
Verleden tijd
hapte · hapten
Voltooide tijd
heeft gehapt

Kort antwoord

Happen is in het Engels to bite, to gasp. Verleden tijd: hapte (enkelvoud) en hapten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehapt, met hebben: ik heb gehapt.

Oefen happen

Tegenwoordige tijd

ikhap
jijhapt
hij/zij/hethapt
wijhappen
julliehappen
zijhappen

Verleden tijd

ikhapte
jijhapte
hij/zij/hethapte
wijhapten
julliehapten
zijhapten

Voltooide tijd

ikheb gehapt
jijhebt gehapt
hij/zij/hetheeft gehapt
wijhebben gehapt
julliehebben gehapt
zijhebben gehapt

Voltooid verleden tijd

ikhad gehapt
jijhad gehapt
hij/zij/hethad gehapt
wijhadden gehapt
julliehadden gehapt
zijhadden gehapt

Toekomende tijd

ikzal happen
jijzult happen
hij/zij/hetzal happen
wijzullen happen
julliezullen happen
zijzullen happen

Voorwaardelijke wijs

ikzou happen
jijzou happen
hij/zij/hetzou happen
wijzouden happen
julliezouden happen
zijzouden happen

Oefen happen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

happen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De hond naar mijn hand.

  2. Verleden tijd

    De kinderen in de verse appels.

  3. Voltooide tijd

    Ik even naar adem na de lange trap.

  4. Bijzin

    De vis ontsnapt als hij niet in het aas .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hap. In happen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (hapte, hapten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehapt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij hapt, maar hap jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van happen?

hapte (ik, jij, hij/zij/het) en hapten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van happen?

gehapt, met hebben: ik heb gehapt.

Gebruik je happen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehapt, hij heeft gehapt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.