Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig

Vervoeging van Heffen

heffen = to raise or levy

Hele werkwoord
heffen
Verleden tijd
hief · hieven
Voltooide tijd
heeft geheven

Kort antwoord

Heffen is in het Engels to raise or levy. Verleden tijd: hief (enkelvoud) en hieven (meervoud). Voltooid deelwoord: geheven, met hebben: ik heb geheven.

Oefen heffen

Tegenwoordige tijd

ikhef
jijheft
hij/zij/hetheft
wijheffen
jullieheffen
zijheffen

Verleden tijd

ikhief
jijhief
hij/zij/hethief
wijhieven
julliehieven
zijhieven

Voltooide tijd

ikheb geheven
jijhebt geheven
hij/zij/hetheeft geheven
wijhebben geheven
julliehebben geheven
zijhebben geheven

Voltooid verleden tijd

ikhad geheven
jijhad geheven
hij/zij/hethad geheven
wijhadden geheven
julliehadden geheven
zijhadden geheven

Toekomende tijd

ikzal heffen
jijzult heffen
hij/zij/hetzal heffen
wijzullen heffen
julliezullen heffen
zijzullen heffen

Voorwaardelijke wijs

ikzou heffen
jijzou heffen
hij/zij/hetzou heffen
wijzouden heffen
julliezouden heffen
zijzouden heffen

Oefen heffen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

heffen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De gemeente elk jaar belasting op honden.

  2. Verleden tijd

    De zanger zijn glas en bedankte iedereen.

  3. Voltooide tijd

    De overheid nieuwe belastingen .

  4. Bijzin

    Het publiek juichte toen de winnaar zijn handen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: heffen, hief, geheven.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij heft, maar hef jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van heffen?

hief (ik, jij, hij/zij/het) en hieven (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van heffen?

geheven, met hebben: ik heb geheven.

Gebruik je heffen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geheven, hij heeft geheven.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.