Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular

Heffen conjugation

heffen = to raise or levy

Infinitive
heffen
Past
hief · hieven
Perfect
heeft geheven

Quick answer

Heffen means to raise or levy. Past tense: hief (singular) and hieven (plural). Past participle: geheven, with hebben: ik heb geheven.

Practise heffen

Present (tegenwoordige tijd)

ikhef
jijheft
hij/zij/hetheft
wijheffen
jullieheffen
zijheffen

Past (verleden tijd)

ikhief
jijhief
hij/zij/hethief
wijhieven
julliehieven
zijhieven

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geheven
jijhebt geheven
hij/zij/hetheeft geheven
wijhebben geheven
julliehebben geheven
zijhebben geheven

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geheven
jijhad geheven
hij/zij/hethad geheven
wijhadden geheven
julliehadden geheven
zijhadden geheven

Future (toekomende tijd)

ikzal heffen
jijzult heffen
hij/zij/hetzal heffen
wijzullen heffen
julliezullen heffen
zijzullen heffen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou heffen
jijzou heffen
hij/zij/hetzou heffen
wijzouden heffen
julliezouden heffen
zijzouden heffen

Practise heffen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: heffen, hief, geheven.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij heft, but hef jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of heffen?

hief (ik, jij, hij/zij/het) and hieven (wij, jullie, zij).

What is the past participle of heffen?

geheven, with hebben: ik heb geheven.

Is heffen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geheven, hij heeft geheven.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.