Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Adopteren conjugation

adopteren = to adopt

Infinitive
adopteren
Past
adopteerde · adopteerden
Perfect
heeft geadopteerd

Quick answer

Adopteren means to adopt. Past tense: adopteerde (singular) and adopteerden (plural). Past participle: geadopteerd, with hebben: ik heb geadopteerd.

Practise adopteren

Present (tegenwoordige tijd)

ikadopteer
jijadopteert
hij/zij/hetadopteert
wijadopteren
jullieadopteren
zijadopteren

Past (verleden tijd)

ikadopteerde
jijadopteerde
hij/zij/hetadopteerde
wijadopteerden
jullieadopteerden
zijadopteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geadopteerd
jijhebt geadopteerd
hij/zij/hetheeft geadopteerd
wijhebben geadopteerd
julliehebben geadopteerd
zijhebben geadopteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geadopteerd
jijhad geadopteerd
hij/zij/hethad geadopteerd
wijhadden geadopteerd
julliehadden geadopteerd
zijhadden geadopteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal adopteren
jijzult adopteren
hij/zij/hetzal adopteren
wijzullen adopteren
julliezullen adopteren
zijzullen adopteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou adopteren
jijzou adopteren
hij/zij/hetzou adopteren
wijzouden adopteren
julliezouden adopteren
zijzouden adopteren

Practise adopteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is adopteer. The infinitive adopteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (adopteerde, adopteerden) and the participle ends in -d (geadopteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij adopteert, but adopteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of adopteren?

adopteerde (ik, jij, hij/zij/het) and adopteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of adopteren?

geadopteerd, with hebben: ik heb geadopteerd.

Is adopteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geadopteerd, hij heeft geadopteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.