Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig

Vervoeging van Hijsen

hijsen = to hoist

Hele werkwoord
hijsen
Verleden tijd
hees · hesen
Voltooide tijd
heeft gehesen

Kort antwoord

Hijsen is in het Engels to hoist. Verleden tijd: hees (enkelvoud) en hesen (meervoud). Voltooid deelwoord: gehesen, met hebben: ik heb gehesen.

Oefen hijsen

Tegenwoordige tijd

ikhijs
jijhijst
hij/zij/hethijst
wijhijsen
julliehijsen
zijhijsen

Verleden tijd

ikhees
jijhees
hij/zij/hethees
wijhesen
julliehesen
zijhesen

Voltooide tijd

ikheb gehesen
jijhebt gehesen
hij/zij/hetheeft gehesen
wijhebben gehesen
julliehebben gehesen
zijhebben gehesen

Voltooid verleden tijd

ikhad gehesen
jijhad gehesen
hij/zij/hethad gehesen
wijhadden gehesen
julliehadden gehesen
zijhadden gehesen

Toekomende tijd

ikzal hijsen
jijzult hijsen
hij/zij/hetzal hijsen
wijzullen hijsen
julliezullen hijsen
zijzullen hijsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou hijsen
jijzou hijsen
hij/zij/hetzou hijsen
wijzouden hijsen
julliezouden hijsen
zijzouden hijsen

Oefen hijsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

hijsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De matroos de zeilen aan het begin van de reis.

  2. Verleden tijd

    Wij samen de zware kist op het dek.

  3. Voltooide tijd

    De arbeiders de zware balk met een kraan naar boven .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: hijsen, hees, gehesen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij hijst, maar hijs jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van hijsen?

hees (ik, jij, hij/zij/het) en hesen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van hijsen?

gehesen, met hebben: ik heb gehesen.

Gebruik je hijsen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehesen, hij heeft gehesen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.