Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Doorfietsen conjugation

doorfietsen = to keep cycling

Infinitive
doorfietsen
Past
fietste door · fietsten door
Perfect
heeft / is doorgefietst

Quick answer

Doorfietsen means to keep cycling. Past tense: fietste door (singular) and fietsten door (plural). Past participle: doorgefietst, with hebben / zijn: ik heb / ben doorgefietst.

Practise doorfietsen

Present (tegenwoordige tijd)

ikfiets door
jijfietst door
hij/zij/hetfietst door
wijfietsen door
julliefietsen door
zijfietsen door

Past (verleden tijd)

ikfietste door
jijfietste door
hij/zij/hetfietste door
wijfietsten door
julliefietsten door
zijfietsten door

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben doorgefietst
jijhebt / bent doorgefietst
hij/zij/hetheeft / is doorgefietst
wijhebben / zijn doorgefietst
julliehebben / zijn doorgefietst
zijhebben / zijn doorgefietst

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was doorgefietst
jijhad / was doorgefietst
hij/zij/hethad / was doorgefietst
wijhadden / waren doorgefietst
julliehadden / waren doorgefietst
zijhadden / waren doorgefietst

Future (toekomende tijd)

ikzal doorfietsen
jijzult doorfietsen
hij/zij/hetzal doorfietsen
wijzullen doorfietsen
julliezullen doorfietsen
zijzullen doorfietsen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou doorfietsen
jijzou doorfietsen
hij/zij/hetzou doorfietsen
wijzouden doorfietsen
julliezouden doorfietsen
zijzouden doorfietsen

Doorfietsen is a separable verb

In a main clause door goes to the end (ik fiets door). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik doorfiets). Participle: doorgefietst.

Main clauseik fiets door
Questionfiets jij door?
Subordinate clause… dat ik doorfiets
With a modal verbik wil doorfietsen
Perfect tenseik heb / ben doorgefietst
With om ... teom door te fietsen
Imperativefiets door!

Separable verbs: rules and checker

Practise doorfietsen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is fiets. The infinitive fietsen has s before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (fietste, fietsten) and the participle ends in -t (doorgefietst).
  • Separable verb. In a main clause the prefix door goes to the end: ik fiets door. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik doorfiets, ... dat ik doorfietste.
  • In the participle, ge goes between the two parts: doorgefietst.
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. We hebben ondanks de regen doorgefietst. We zijn in één ruk naar Utrecht doorgefietst.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of doorfietsen?

fietste door (ik, jij, hij/zij/het) and fietsten door (wij, jullie, zij).

What is the past participle of doorfietsen?

doorgefietst, with hebben or zijn depending on the meaning: We hebben ondanks de regen doorgefietst. We zijn in één ruk naar Utrecht doorgefietst.

Is doorfietsen used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: We hebben ondanks de regen doorgefietst. We zijn in één ruk naar Utrecht doorgefietst.

Is doorfietsen a separable verb?

Yes. In a main clause door goes to the end (ik fiets door), in a subordinate clause it stays attached (dat ik doorfiets). Participle: doorgefietst.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.