Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Evolueren conjugation

evolueren = to evolve gradually

Infinitive
evolueren
Past
evolueerde · evolueerden
Perfect
is geëvolueerd

Quick answer

Evolueren means to evolve gradually. Past tense: evolueerde (singular) and evolueerden (plural). Past participle: geëvolueerd, with zijn: ik ben geëvolueerd.

Practise evolueren

Present (tegenwoordige tijd)

ikevolueer
jijevolueert
hij/zij/hetevolueert
wijevolueren
jullieevolueren
zijevolueren

Past (verleden tijd)

ikevolueerde
jijevolueerde
hij/zij/hetevolueerde
wijevolueerden
jullieevolueerden
zijevolueerden

Perfect (voltooide tijd)

ikben geëvolueerd
jijbent geëvolueerd
hij/zij/hetis geëvolueerd
wijzijn geëvolueerd
julliezijn geëvolueerd
zijzijn geëvolueerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas geëvolueerd
jijwas geëvolueerd
hij/zij/hetwas geëvolueerd
wijwaren geëvolueerd
julliewaren geëvolueerd
zijwaren geëvolueerd

Future (toekomende tijd)

ikzal evolueren
jijzult evolueren
hij/zij/hetzal evolueren
wijzullen evolueren
julliezullen evolueren
zijzullen evolueren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou evolueren
jijzou evolueren
hij/zij/hetzou evolueren
wijzouden evolueren
julliezouden evolueren
zijzouden evolueren

Practise evolueren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is evolueer. The infinitive evolueren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (evolueerde, evolueerden) and the participle ends in -d (geëvolueerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij evolueert, but evolueer jij?
  • Perfect tense with zijn: ik ben geëvolueerd, not ik heb geëvolueerd.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of evolueren?

evolueerde (ik, jij, hij/zij/het) and evolueerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of evolueren?

geëvolueerd, with zijn: ik ben geëvolueerd.

Is evolueren used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben geëvolueerd, hij is geëvolueerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.