Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Hopen

hopen = to hope

Hele werkwoord
hopen
Verleden tijd
hoopte · hoopten
Voltooide tijd
heeft gehoopt

Kort antwoord

Hopen is in het Engels to hope. Verleden tijd: hoopte (enkelvoud) en hoopten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehoopt, met hebben: ik heb gehoopt.

Oefen hopen

Tegenwoordige tijd

ikhoop
jijhoopt
hij/zij/hethoopt
wijhopen
julliehopen
zijhopen

Verleden tijd

ikhoopte
jijhoopte
hij/zij/hethoopte
wijhoopten
julliehoopten
zijhoopten

Voltooide tijd

ikheb gehoopt
jijhebt gehoopt
hij/zij/hetheeft gehoopt
wijhebben gehoopt
julliehebben gehoopt
zijhebben gehoopt

Voltooid verleden tijd

ikhad gehoopt
jijhad gehoopt
hij/zij/hethad gehoopt
wijhadden gehoopt
julliehadden gehoopt
zijhadden gehoopt

Toekomende tijd

ikzal hopen
jijzult hopen
hij/zij/hetzal hopen
wijzullen hopen
julliezullen hopen
zijzullen hopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou hopen
jijzou hopen
hij/zij/hetzou hopen
wijzouden hopen
julliezouden hopen
zijzouden hopen

Oefen hopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hoop. In hopen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (hoopte, hoopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehoopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij hoopt, maar hoop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van hopen?

hoopte (ik, jij, hij/zij/het) en hoopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van hopen?

gehoopt, met hebben: ik heb gehoopt.

Gebruik je hopen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehoopt, hij heeft gehoopt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.