Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Installeren

installeren = to install, settle

Hele werkwoord
installeren
Verleden tijd
installeerde · installeerden
Voltooide tijd
heeft geïnstalleerd

Kort antwoord

Installeren is in het Engels to install, settle. Verleden tijd: installeerde (enkelvoud) en installeerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geïnstalleerd, met hebben: ik heb geïnstalleerd.

Oefen installeren

Tegenwoordige tijd

ikinstalleer
jijinstalleert
hij/zij/hetinstalleert
wijinstalleren
jullieinstalleren
zijinstalleren

Verleden tijd

ikinstalleerde
jijinstalleerde
hij/zij/hetinstalleerde
wijinstalleerden
jullieinstalleerden
zijinstalleerden

Voltooide tijd

ikheb geïnstalleerd
jijhebt geïnstalleerd
hij/zij/hetheeft geïnstalleerd
wijhebben geïnstalleerd
julliehebben geïnstalleerd
zijhebben geïnstalleerd

Voltooid verleden tijd

ikhad geïnstalleerd
jijhad geïnstalleerd
hij/zij/hethad geïnstalleerd
wijhadden geïnstalleerd
julliehadden geïnstalleerd
zijhadden geïnstalleerd

Toekomende tijd

ikzal installeren
jijzult installeren
hij/zij/hetzal installeren
wijzullen installeren
julliezullen installeren
zijzullen installeren

Voorwaardelijke wijs

ikzou installeren
jijzou installeren
hij/zij/hetzou installeren
wijzouden installeren
julliezouden installeren
zijzouden installeren

Oefen installeren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

installeren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik vandaag een nieuw programma op mijn laptop.

  2. Verleden tijd

    De monteur gisteren onze nieuwe keuken.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de wifi al , toch?

  4. Bijzin

    Mijn broer belt me omdat hij de printer niet kan .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is installeer. In installeren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (installeerde, installeerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geïnstalleerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij installeert, maar installeer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van installeren?

installeerde (ik, jij, hij/zij/het) en installeerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van installeren?

geïnstalleerd, met hebben: ik heb geïnstalleerd.

Gebruik je installeren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geïnstalleerd, hij heeft geïnstalleerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.