Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Verwoesten conjugation

verwoesten = to devastate

Infinitive
verwoesten
Past
verwoestte · verwoestten
Perfect
heeft verwoest

Quick answer

Verwoesten means to devastate. Past tense: verwoestte (singular) and verwoestten (plural). Past participle: verwoest, with hebben: ik heb verwoest.

Practise verwoesten

Present (tegenwoordige tijd)

ikverwoest
jijverwoest
hij/zij/hetverwoest
wijverwoesten
jullieverwoesten
zijverwoesten

Past (verleden tijd)

ikverwoestte
jijverwoestte
hij/zij/hetverwoestte
wijverwoestten
jullieverwoestten
zijverwoestten

Perfect (voltooide tijd)

ikheb verwoest
jijhebt verwoest
hij/zij/hetheeft verwoest
wijhebben verwoest
julliehebben verwoest
zijhebben verwoest

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad verwoest
jijhad verwoest
hij/zij/hethad verwoest
wijhadden verwoest
julliehadden verwoest
zijhadden verwoest

Future (toekomende tijd)

ikzal verwoesten
jijzult verwoesten
hij/zij/hetzal verwoesten
wijzullen verwoesten
julliezullen verwoesten
zijzullen verwoesten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verwoesten
jijzou verwoesten
hij/zij/hetzou verwoesten
wijzouden verwoesten
julliezouden verwoesten
zijzouden verwoesten

Practise verwoesten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is verwoest. The infinitive verwoesten has t before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (verwoestte, verwoestten) and the participle ends in -t (verwoest).
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verwoest.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verwoesten?

verwoestte (ik, jij, hij/zij/het) and verwoestten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verwoesten?

verwoest, with hebben: ik heb verwoest.

Is verwoesten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb verwoest, hij heeft verwoest.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.