Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Juichen

juichen = to cheer

Hele werkwoord
juichen
Verleden tijd
juichte · juichten
Voltooide tijd
heeft gejuicht

Kort antwoord

Juichen is in het Engels to cheer. Verleden tijd: juichte (enkelvoud) en juichten (meervoud). Voltooid deelwoord: gejuicht, met hebben: ik heb gejuicht.

Oefen juichen

Tegenwoordige tijd

ikjuich
jijjuicht
hij/zij/hetjuicht
wijjuichen
julliejuichen
zijjuichen

Verleden tijd

ikjuichte
jijjuichte
hij/zij/hetjuichte
wijjuichten
julliejuichten
zijjuichten

Voltooide tijd

ikheb gejuicht
jijhebt gejuicht
hij/zij/hetheeft gejuicht
wijhebben gejuicht
julliehebben gejuicht
zijhebben gejuicht

Voltooid verleden tijd

ikhad gejuicht
jijhad gejuicht
hij/zij/hethad gejuicht
wijhadden gejuicht
julliehadden gejuicht
zijhadden gejuicht

Toekomende tijd

ikzal juichen
jijzult juichen
hij/zij/hetzal juichen
wijzullen juichen
julliezullen juichen
zijzullen juichen

Voorwaardelijke wijs

ikzou juichen
jijzou juichen
hij/zij/hetzou juichen
wijzouden juichen
julliezouden juichen
zijzouden juichen

Oefen juichen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

juichen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen luid als de clown binnenkomt.

  2. Verleden tijd

    Mijn buren vorig jaar ook bij de finale.

  3. Voltooide tijd

    Wij gisteren zo hard voor ons team .

  4. Bijzin

    Ik zie dat jij omdat je favoriete club heeft gewonnen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is juich. In juichen staat ch voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (juichte, juichten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gejuicht).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij juicht, maar juich jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van juichen?

juichte (ik, jij, hij/zij/het) en juichten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van juichen?

gejuicht, met hebben: ik heb gejuicht.

Gebruik je juichen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gejuicht, hij heeft gejuicht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.