Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Juichen
juichen = to cheer
- Hele werkwoord
- juichen
- Verleden tijd
- juichte · juichten
- Voltooide tijd
- heeft gejuicht
Kort antwoord
Juichen is in het Engels to cheer. Verleden tijd: juichte (enkelvoud) en juichten (meervoud). Voltooid deelwoord: gejuicht, met hebben: ik heb gejuicht.
Oefen juichenTegenwoordige tijd
| ik | juich |
| jij | juicht |
| hij/zij/het | juicht |
| wij | juichen |
| jullie | juichen |
| zij | juichen |
Verleden tijd
| ik | juichte |
| jij | juichte |
| hij/zij/het | juichte |
| wij | juichten |
| jullie | juichten |
| zij | juichten |
Voltooide tijd
| ik | heb gejuicht |
| jij | hebt gejuicht |
| hij/zij/het | heeft gejuicht |
| wij | hebben gejuicht |
| jullie | hebben gejuicht |
| zij | hebben gejuicht |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gejuicht |
| jij | had gejuicht |
| hij/zij/het | had gejuicht |
| wij | hadden gejuicht |
| jullie | hadden gejuicht |
| zij | hadden gejuicht |
Toekomende tijd
| ik | zal juichen |
| jij | zult juichen |
| hij/zij/het | zal juichen |
| wij | zullen juichen |
| jullie | zullen juichen |
| zij | zullen juichen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou juichen |
| jij | zou juichen |
| hij/zij/het | zou juichen |
| wij | zouden juichen |
| jullie | zouden juichen |
| zij | zouden juichen |
Oefen juichen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
juichen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is juich. In juichen staat ch voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (juichte, juichten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gejuicht).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij juicht, maar juich jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van juichen?
juichte (ik, jij, hij/zij/het) en juichten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van juichen?
gejuicht, met hebben: ik heb gejuicht.
Gebruik je juichen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gejuicht, hij heeft gejuicht.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.