Level B1 · Regular
Stralen conjugation
stralen = to shine, radiate
- Infinitive
- stralen
- Past
- straalde · straalden
- Perfect
- heeft gestraald
Quick answer
Stralen means to shine, radiate. Past tense: straalde (singular) and straalden (plural). Past participle: gestraald, with hebben: ik heb gestraald.
Practise stralenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | straal |
| jij | straalt |
| hij/zij/het | straalt |
| wij | stralen |
| jullie | stralen |
| zij | stralen |
Past (verleden tijd)
| ik | straalde |
| jij | straalde |
| hij/zij/het | straalde |
| wij | straalden |
| jullie | straalden |
| zij | straalden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gestraald |
| jij | hebt gestraald |
| hij/zij/het | heeft gestraald |
| wij | hebben gestraald |
| jullie | hebben gestraald |
| zij | hebben gestraald |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gestraald |
| jij | had gestraald |
| hij/zij/het | had gestraald |
| wij | hadden gestraald |
| jullie | hadden gestraald |
| zij | hadden gestraald |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal stralen |
| jij | zult stralen |
| hij/zij/het | zal stralen |
| wij | zullen stralen |
| jullie | zullen stralen |
| zij | zullen stralen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou stralen |
| jij | zou stralen |
| hij/zij/het | zou stralen |
| wij | zouden stralen |
| jullie | zouden stralen |
| zij | zouden stralen |
Practise stralen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is straal. The infinitive stralen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (straalde, straalden) and the participle ends in -d (gestraald).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij straalt, but straal jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of stralen?
straalde (ik, jij, hij/zij/het) and straalden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of stralen?
gestraald, with hebben: ik heb gestraald.
Is stralen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gestraald, hij heeft gestraald.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.