Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Kleden
kleden = to dress or suit
- Hele werkwoord
- kleden
- Verleden tijd
- kleedde · kleedden
- Voltooide tijd
- heeft gekleed
Kort antwoord
Kleden is in het Engels to dress or suit. Verleden tijd: kleedde (enkelvoud) en kleedden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekleed, met hebben: ik heb gekleed.
Oefen kledenTegenwoordige tijd
| ik | kleed |
| jij | kleedt |
| hij/zij/het | kleedt |
| wij | kleden |
| jullie | kleden |
| zij | kleden |
Verleden tijd
| ik | kleedde |
| jij | kleedde |
| hij/zij/het | kleedde |
| wij | kleedden |
| jullie | kleedden |
| zij | kleedden |
Voltooide tijd
| ik | heb gekleed |
| jij | hebt gekleed |
| hij/zij/het | heeft gekleed |
| wij | hebben gekleed |
| jullie | hebben gekleed |
| zij | hebben gekleed |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gekleed |
| jij | had gekleed |
| hij/zij/het | had gekleed |
| wij | hadden gekleed |
| jullie | hadden gekleed |
| zij | hadden gekleed |
Toekomende tijd
| ik | zal kleden |
| jij | zult kleden |
| hij/zij/het | zal kleden |
| wij | zullen kleden |
| jullie | zullen kleden |
| zij | zullen kleden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou kleden |
| jij | zou kleden |
| hij/zij/het | zou kleden |
| wij | zouden kleden |
| jullie | zouden kleden |
| zij | zouden kleden |
Oefen kleden
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
kleden in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is kleed. In kleden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (kleedde, kleedden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekleed).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij kleedt, maar kleed jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van kleden?
kleedde (ik, jij, hij/zij/het) en kleedden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van kleden?
gekleed, met hebben: ik heb gekleed.
Gebruik je kleden met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gekleed, hij heeft gekleed.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.