Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Klotsen

klotsen = to slosh

Hele werkwoord
klotsen
Verleden tijd
klotste · klotsten
Voltooide tijd
heeft / is geklotst

Kort antwoord

Klotsen is in het Engels to slosh. Verleden tijd: klotste (enkelvoud) en klotsten (meervoud). Voltooid deelwoord: geklotst, met hebben / zijn: ik heb / ben geklotst.

Oefen klotsen

Tegenwoordige tijd

ikklots
jijklotst
hij/zij/hetklotst
wijklotsen
jullieklotsen
zijklotsen

Verleden tijd

ikklotste
jijklotste
hij/zij/hetklotste
wijklotsten
jullieklotsten
zijklotsten

Voltooide tijd

ikheb / ben geklotst
jijhebt / bent geklotst
hij/zij/hetheeft / is geklotst
wijhebben / zijn geklotst
julliehebben / zijn geklotst
zijhebben / zijn geklotst

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geklotst
jijhad / was geklotst
hij/zij/hethad / was geklotst
wijhadden / waren geklotst
julliehadden / waren geklotst
zijhadden / waren geklotst

Toekomende tijd

ikzal klotsen
jijzult klotsen
hij/zij/hetzal klotsen
wijzullen klotsen
julliezullen klotsen
zijzullen klotsen

Voorwaardelijke wijs

ikzou klotsen
jijzou klotsen
hij/zij/hetzou klotsen
wijzouden klotsen
julliezouden klotsen
zijzouden klotsen

Oefen klotsen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

klotsen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het water zachtjes tegen de rand van het bad.

  2. Verleden tijd

    De golven de hele nacht tegen de boot.

  3. Voltooide tijd

    De golven de hele middag tegen de pier .

  4. Bijzin

    Ik hoorde dat het water in de emmer .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is klots. In klotsen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (klotste, klotsten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geklotst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij klotst, maar klots jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Het water heeft tegen de kade geklotst. Het water is over de rand van de emmer geklotst.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van klotsen?

klotste (ik, jij, hij/zij/het) en klotsten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van klotsen?

geklotst, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft tegen de kade geklotst. Het water is over de rand van de emmer geklotst.

Gebruik je klotsen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Het water heeft tegen de kade geklotst. Het water is over de rand van de emmer geklotst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.