Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Koesteren
koesteren = to cherish, to pamper
- Hele werkwoord
- koesteren
- Verleden tijd
- koesterde · koesterden
- Voltooide tijd
- heeft gekoesterd
Kort antwoord
Koesteren is in het Engels to cherish, to pamper. Verleden tijd: koesterde (enkelvoud) en koesterden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekoesterd, met hebben: ik heb gekoesterd.
Oefen koesterenTegenwoordige tijd
| ik | koester |
| jij | koestert |
| hij/zij/het | koestert |
| wij | koesteren |
| jullie | koesteren |
| zij | koesteren |
Verleden tijd
| ik | koesterde |
| jij | koesterde |
| hij/zij/het | koesterde |
| wij | koesterden |
| jullie | koesterden |
| zij | koesterden |
Voltooide tijd
| ik | heb gekoesterd |
| jij | hebt gekoesterd |
| hij/zij/het | heeft gekoesterd |
| wij | hebben gekoesterd |
| jullie | hebben gekoesterd |
| zij | hebben gekoesterd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gekoesterd |
| jij | had gekoesterd |
| hij/zij/het | had gekoesterd |
| wij | hadden gekoesterd |
| jullie | hadden gekoesterd |
| zij | hadden gekoesterd |
Toekomende tijd
| ik | zal koesteren |
| jij | zult koesteren |
| hij/zij/het | zal koesteren |
| wij | zullen koesteren |
| jullie | zullen koesteren |
| zij | zullen koesteren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou koesteren |
| jij | zou koesteren |
| hij/zij/het | zou koesteren |
| wij | zouden koesteren |
| jullie | zouden koesteren |
| zij | zouden koesteren |
Oefen koesteren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
koesteren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is koester. In koesteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (koesterde, koesterden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekoesterd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij koestert, maar koester jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van koesteren?
koesterde (ik, jij, hij/zij/het) en koesterden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van koesteren?
gekoesterd, met hebben: ik heb gekoesterd.
Gebruik je koesteren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gekoesterd, hij heeft gekoesterd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.