Level B2 · Regular
Plegen conjugation
plegen = to commit, care for
- Infinitive
- plegen
- Past
- pleegde · pleegden
- Perfect
- heeft gepleegd
Quick answer
Plegen means to commit, care for. Past tense: pleegde (singular) and pleegden (plural). Past participle: gepleegd, with hebben: ik heb gepleegd.
Practise plegenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | pleeg |
| jij | pleegt |
| hij/zij/het | pleegt |
| wij | plegen |
| jullie | plegen |
| zij | plegen |
Past (verleden tijd)
| ik | pleegde |
| jij | pleegde |
| hij/zij/het | pleegde |
| wij | pleegden |
| jullie | pleegden |
| zij | pleegden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gepleegd |
| jij | hebt gepleegd |
| hij/zij/het | heeft gepleegd |
| wij | hebben gepleegd |
| jullie | hebben gepleegd |
| zij | hebben gepleegd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gepleegd |
| jij | had gepleegd |
| hij/zij/het | had gepleegd |
| wij | hadden gepleegd |
| jullie | hadden gepleegd |
| zij | hadden gepleegd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal plegen |
| jij | zult plegen |
| hij/zij/het | zal plegen |
| wij | zullen plegen |
| jullie | zullen plegen |
| zij | zullen plegen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou plegen |
| jij | zou plegen |
| hij/zij/het | zou plegen |
| wij | zouden plegen |
| jullie | zouden plegen |
| zij | zouden plegen |
Plegen has a second meaning
Plegen can also mean to usually do, with different forms: pleegt, placht, geplacht.
| Present | ik pleeg · hij pleegt |
| Past | ik placht · hij placht |
| Perfect | ik heb geplacht · hij heeft geplacht |
Practise plegen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is pleeg. The infinitive plegen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (pleegde, pleegden) and the participle ends in -d (gepleegd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij pleegt, but pleeg jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of plegen?
pleegde (ik, jij, hij/zij/het) and pleegden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of plegen?
gepleegd, with hebben: ik heb gepleegd.
Is plegen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gepleegd, hij heeft gepleegd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.