Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Landen

landen = to land

Hele werkwoord
landen
Verleden tijd
landde · landden
Voltooide tijd
heeft / is geland

Kort antwoord

Landen is in het Engels to land. Verleden tijd: landde (enkelvoud) en landden (meervoud). Voltooid deelwoord: geland, met hebben / zijn: ik heb / ben geland.

Oefen landen

Tegenwoordige tijd

ikland
jijlandt
hij/zij/hetlandt
wijlanden
jullielanden
zijlanden

Verleden tijd

iklandde
jijlandde
hij/zij/hetlandde
wijlandden
jullielandden
zijlandden

Voltooide tijd

ikheb / ben geland
jijhebt / bent geland
hij/zij/hetheeft / is geland
wijhebben / zijn geland
julliehebben / zijn geland
zijhebben / zijn geland

Voltooid verleden tijd

ikhad / was geland
jijhad / was geland
hij/zij/hethad / was geland
wijhadden / waren geland
julliehadden / waren geland
zijhadden / waren geland

Toekomende tijd

ikzal landen
jijzult landen
hij/zij/hetzal landen
wijzullen landen
julliezullen landen
zijzullen landen

Voorwaardelijke wijs

ikzou landen
jijzou landen
hij/zij/hetzou landen
wijzouden landen
julliezouden landen
zijzouden landen

Oefen landen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

landen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het vliegtuig over een uur in Amsterdam.

  2. Verleden tijd

    Gisteravond ons toestel precies op tijd.

  3. Voltooide tijd

    Het vliegtuig vanochtend op tijd .

  4. Voltooide tijd

    De piloot het toestel veilig .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is land. In landen staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (landde, landden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geland).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij landt, maar land jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De piloot heeft het toestel veilig geland. Het vliegtuig is op tijd geland.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van landen?

landde (ik, jij, hij/zij/het) en landden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van landen?

geland, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De piloot heeft het toestel veilig geland. Het vliegtuig is op tijd geland.

Gebruik je landen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De piloot heeft het toestel veilig geland. Het vliegtuig is op tijd geland.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.